Oamaru – Timaru [07-12-2017]

In Oamaru lekker uitgeslapen. Fabiënne sliep ook heel laat gisteravond dus die liet ons lekker even gaan. Na het ontbijt zijn we naar het Steampunk HQ gegaan midden in het historisch centrum van Oamaru. Steampunk is een thema waarbij de Victoriaanse tijd en de toekomst elkaar ontmoeten. Ik ken het vanuit mijn hobby waarin het door sommigen veel gebruikt wordt. Denk aan stoommachines, roestige tandwielen, vrouwen in jurken met hoge hoed en vliegeniers brillen. Beetje vaag allemaal en niet echt mijn ding maar ik was toch wel nieuwsgierig.

Dit HQ was gesitueerd in een heel oud, Victoriaans, pand. Allerlei kunstenaars hebben er aan mee gewerkt en er zijn dus allerlei kunstzinnige interpretaties aan het thema gegeven. Buiten staat een verbouwde stoomtrein waar je $2,- in gooit waarna hij geluid gaat maken en gaat stomen. Binnen was er o.a. een groot orgel wat was omgebouwd waardoor elke toets een bepaald geluid gaf zoals bijvoorbeeld een house beat of een telefoon etc. Fabiënne vond het in het begin allemaal heel spannend. Vooral omdat het binnen donker was en er overal geluid vandaan kwam. Maar na enige tijd had ze de smaak te pakken en was ze niet meer weg te slaan bij het orgel. “Beetje herrie.” Zei ze steeds hard lachend.

Verderop waren nog allerlei ‘beelden’ gemaakt van oud metaal en een hele toffe licht installatie wat je het gevoel gaf alsof je in Cerebro stond van Professor X uit de X-Men. Buiten stonden een verbouwde trein en verbouwde tractors. Fabiënne vond het helemaal leuk en zag het als een grote speeltuin. Rogier vond het ook allemaal erg interessant. Ik vond het maar een creepy sfeertje maar wel heel bijzonder om gezien te hebben.

Nu was het eigenlijk het plan om naar de camping in Oamaru te rijden om ’s avonds de pinguïns te zien. Het was alleen nog maar net 12 uur en op die camping was echt niks te beleven voor Fabiënne. Op de vorige camping hadden we een foldertje gekregen van een wallaby farm, kleine kangoeroes, genaamd Tame Wallaby Park – EnkleDooVery Korna. Dat was onderweg naar wat eigenlijk onze volgende stop zou worden totdat we met het plan kwamen om hier nog een dagje te blijven. Omdat we het niet zo zagen zitten om een hele dag te niksen op een camping om alleen ’s avonds nog wat te zien zijn we hier toch maar heen gereden. En wat was dat leuk!

Bij deze opvang worden zo’n 60 wallabies opgevangen die als wezen zijn binnengebracht. Net als in Australië worden ze hier gezien als ongedierte dus deze opvang is best bijzonder. De eigenaresse van de opvang, Gwen, is een ontzettend leuke vrouw die vol enthousiasme vertelt. In haar huis zit de receptie en daar heeft ze ook o.a. een trekkershut gebouwd inclusief interieur, er staan opgezette inheemse dieren, er staan allerlei spullen uit de vroegere tijd. Echt, je kijkt je ogen uit! Naast de wallabies zitten er hier ook Kakatoes, verschillende soorten kippen, konijnen, bijzondere ganzen met gekrulde veren etc. Maar we komen natuurlijk voor de wallabies! Gwen neemt ons mee en we krijgen om te beginnen andere schoenen (crocs en kaplaarsjes voor Fabiënne) om geen gedoe op het vliegveld te krijgen. Je mag namelijk geen schoenen uitvoeren die o.a. op de boerderij zijn geweest. Heel netjes dus. Bij de verblijven aangekomen krijgen we uitgebreid uitleg hoe we de wallabies moeten benaderen en hoe we ze kunnen voeren en aaien. Want dat kan hier dus allemaal. Daarna doet ze het een keer in het ‘echie’ voor en dan mogen we zelf alle andere verblijven langs. En wat zíjn ze schattig! Ze eten zo uit je hand en laten zich dan lekker op hun rug kriebelen. Fabiënne vond het allemaal maar spannend en ze ging ze zeker niet voeren. Dat hebben Rogier en ik dus maar gedaan. Na bijna alle verblijven gehad te hebben was Fabiënne het weleens zat en besloot ze erbij te gaan zitten. Met haar handen in de wallaby poep! Dat was het einde van ons tochtje. Eerst handen wassen en toen nog “even” met de vriendelijke Gwen staan praten. Alleen dat gezellige gesprek was het entreegeld, wat heel weinig was, al waard. Super leuk om te doen.

In het stadje Timaru gaan we nu overnachten. Hier blijken ’s avonds ook pinguïns gezien te kunnen worden maar dat is pas om half 10. Fabiënne ligt dan al op bed dus Rogier gaat alleen even kijken.

Wanneer hij terug komt, om half 12 ofzo, heeft hij 7 stelletjes pinguïns gezien en leuke foto’s kunnen maken. Zelfs terwijl hij zijn flitslicht niet mocht gebruiken. Super leuk om te zien! En een goede keuze om Fabiënne lekker te laten slapen gezien het tijdstip. ?

Morgen rijden we naar Christchurch voor de laatste paar dagen van onze tijd in Nieuw Zeeland. Wat zijn die 4 weken voorbij gevlogen zeg! Onvoorstelbaar. Het voelt alsof we er nog maar heel kort zijn maar aan de andere kant hebben we zoveel gezien en gedaan dat we soms van 2 dagen terug niet meer precies weten hoe of wat. Goed dat we de blog hebben dus.

Dunedin – Oamaru [06-12-2017]

Het weer was vanmorgen gelukkig wel iets verbeterd. Nog wel wat fris. (voor ons is dat nu zo’n 19 graden ? ) En veel wind. Dus na het ontbijt de camper in en de stad in. Dunedin is een plaatsje gesticht door Schotse emigranten en is afgeleid van het Schotse woord voor Edinburgh, de hoofdstad. In het Gaelisch is dat Dùn Èideann. In Dunedin hebben ze zelfs hun eigen tartan (je weet wel, zo’n geruit kleedje specifiek voor elke streek of clan).

De stad is ook opgebouwd rondom de kerk en het stadhuis. Anders dan in veel andere plaatjes waar er geen echt stadscentrum is zoals wij dat bijvoorbeeld hebben. Het was trouwens nog wel even lastig om een parkeerplekje te vinden en we zijn dus met camper en al dwars door de stad gereden om hem uiteindelijk bij het station te parkeren.

Dit treinstation is een van de oudste van Nieuw Zeeland en ziet er prachtig uit. Het “parkje” ervoor was mooi aangelegd met mooie buxussen en bloemetjes. Fabiënne en alle Aziaten, keken hun ogen uit. Vlak naast het station stond nog een hele oude kolenlocomotief uit de Victoriaanse tijd. Wat een ding zeg! Onvoorstelbaar dat dat in beweging kwam.

In Dunedin een beetje rondgewandeld en op aanraden van een dame bij de iSite (VVV) naar een mall gegaan. Dit zag er aan de buitenkant helemaal niet uit als een mall maar van binnen was het super groot. Het bleken 3 gekoppelde centra te zijn (3 malls dus eigenlijk) met 3 etages en allemaal een eigen foodcourt. Bij die laatste hebben we dan ook lekker gegeten. Rogier Mexicaans, Fabiënne chips want die wilde d’r Mexicaans niet en ik sushi. Overigens een van de beste die ik ooit gegeten heb! Na een paar uurtjes rondstruinen kreeg ik toch wel wat last met lopen en besloten we terug naar de camper te gaan.

Vanaf Dunedin zijn we doorgereden naar de camping in Oamaru. Onderweg hadden we eigenlijk nog willen gaan kijken bij de Mouraki Boulders. Grote kogelronde rotsen die in de branding van de zee liggen. Maar dit was een totale wandeling van 1 ½ uur. Dat leek ons nu niet zo verstandig en hebben we dus laten zitten.

Op de camping werden we zeer vriendelijk ontvangen. De eigenaar vertelde veel over de omgeving en kon ons allerlei dingen bieden om in de buurt, en met Fabiënne te doen. Oamaru staat bekend om hun pinguins die ’s avonds aan land komen om de nacht door te brengen maar dat is altijd ’s avonds. We hadden er eigenlijk nu geen zin meer in om nog op pad te gaan en zijn dus lekker op de camping gebleven. Van vrienden hadden we gehoord dat we ook op een camping konden verblijven waar de pinguins gewoon over de kampeerplaatsen lopen. Daar kwamen we alleen pas achter toen we al stonden. We besloten daarom maar om morgen naar die camping te gaan en het alsnog te bekijken.

Deze camping heeft in ieder geval weer allerlei springkussens waar Fabiënne zich op uit kon leven en, als klap op de vuurpijl, een babybad in de vorm van een brandweerauto! Inclusief brandweer slang als douche! Dat vond ze gewéldig!

’s Avonds hebben we alle achterstallige blogs bijgewerkt. De verhalen waren al geschreven maar de foto’s moesten nog allemaal uitgezocht worden, in mapjes opgeslagen en bewerkt. Daarna nog invoegen in de blog en de blog online zetten. We waren rond 01.00 uur klaar. Morgen weer verder waar we gebleven waren.

Milford Sound cruise [05-12-2017]

Vanmorgen werden we wakker van het gerammel van de regen op het dak van de camper. Het kwam met bakken uit de lucht. Net nu we vandaag een boottocht gaan maken in Milford Sound. Een prachtig fjorden gebied met hoge bergen. De kaartjes waren al geboekt dus vol goed moed toch maar ontbijten, aankleden en op tijd weg.

We hadden de eerste boot van 8.55 uur. Dit kon ook omdat we zo dichtbij de cruise terminal zaten met de camping. Je kon ook kiezen voor een georganiseerde dagtrip vanuit Queenstown maar dan moest je om 6.00 uur in de bus zitten om de boot van 11.00 uur te halen en zou je pas weer rond 18.00 uur terug in Queenstown zijn. Wat een lange dag.

Zoals wij het nu bedacht hadden leek ons een stuk rustiger. In 5 minuten waren we bij de cruiseterminal waar we redelijk dichtbij konden parkeren. Alsnog was het 5 minuten lopen (in diezelfde stromende regen) voordat we daadwerkelijk ín de terminal stonden. Alle boten vertrekken vanaf dezelfde plek op dezelfde tijd en, zoals wij gehoopt hadden, was het nu niet super druk. Aan boord van de boot konden we ook gewoon lekker binnen zitten. Er was genoeg plek.

Toen we de haven uit waren was al snel duidelijk dat we niet veel van de fjorden zouden zien. Naast alle regen waren alle bergen gehuld in een dikke mist. Voordeel echter van alle regen was wel dat het er stikte van de prachtige watervallen. Soms wel 4 hele grote naast elkaar. Dat was een prachtig gezicht. En door de mist kreeg alles een heel mysterieus tintje. Bijna alsof je in Jurrasic park terecht was gekomen. Naast alle watervallen hebben we ook nog fur seals gezien en is er driftig gezocht naar yellow eyed pinguins die ook in dit gebied moeten zitten maar die hebben we helaas niet gezien. De tocht duurde een uur en drie kwartier. Voor Fabiënne hadden we weer de iPad meegenomen maar die hebben we niet nodig gehad. Ze vond het prachtig om alle kleine “baby” watervallen te zien en de grote “reuzen” watervallen. Ook de fur seals deden het goed. Volgens Fabiënne doen die “plons”. Wij rekenen het goed!

Na deze boottocht zijn we terug gereden naar Te Anau waar we heerlijk gelucht hebben. Wederom, net als gisteren, helemaal alleen in een restaurant. Omdat het nog vroeg was zijn we gelijk doorgereden naar onze volgende bestemming Dunedin. Een rit van zo’n 380 kilometer verderop aan de oost kant van het zuider eiland. In Gore hebben we even gewisseld en heb ik voor het eerst deze vakantie een stukje gereden. Ik dacht: “Dat doe ik wel even.” na ruim 3 weken meegekeken te hebben. Dat viel vies tegen. Ik vond het helemaal niks in zo’n grote, brede camper. Ook greep ik gelijk bij de eerste keer schakelen aan de verkeerde kant naast me en daarbij zijn de stoelen in de camper zo slecht te verstellen dat ik met mijn knieën in het dashboard zat. Na een half uurtje nam Rogier het gelukkig weer over.

In Dunedin aangekomen op de camping stonden we naast een ander Nederlands stel met 2 kleine kinderen. Bleek de vrouw van het stel geboren in Dordrecht en het zusje van een oud vriendinnetje/ klasgenootje van mij te zijn! Hoe bizar is dat! Ik heb haar mijn email maar meegegeven met de vraag dat aan haar zus te geven omdat ik graag zou weten hoe het met haar gaat.

Terwijl in Nederland iedereen wakker wordt en zich klaar maakt voor Sinterklaas avond stippelen wij deze avond de verdere route uit voor de komende dagen en lezen we allebei weer verder in onze boeken. (ik ben met de 4e bezig, heerlijk weer!) Internet was de laatste dagen niet veel soeps. 100 Mb. Daar ben je met een beetje scrollen door Instagram ofzo zo doorheen. Morgen eens kijken wat Dunedin, een studentenstad, ons te bieden heeft!

Wanaka [03-12-2017]

Na de (te) lange dag van gisteren vandaag even lekker niks ‘moeten’. Eerst lekker uitslapen. Hoewel Fabiënne mij al om half 8 wakker maakte. Dat doet ze vaak door zachtjes over mijn arm te wrijven en wanneer ik mijn ogen dan open doe kijk ik in twee heel wakkere blauwe oogjes en wordt ik met een opgewekt ‘Hey!’ begroet. Van de week lag ze zelfs uitgebreid mijn gezicht te bekijken van 5 cm afstand tot ze zei “Mama mooie meid.” Iets wat ik altijd tegen haar zeg. Ook de krulletjes in mijn nek vind ze leuk om aan te friemelen. Een grote kroel is het, die dochter van ons.

Afijn, na een ontbijtje en een lekker douche zijn we naar het centrum van Wanaka gereden. Het centrum ligt prachtig aan een meer met uitzicht op alle bergen. Het was vanmorgen bewolkt en zo’n 24 graden. Prima weer voor een rondje. De winkeltjes waren allemaal erg op toeristen en buitensporters gericht. Het rondje was dus zo gelopen maar het was wel leuk om de relaxte sfeer van het stadje op te snuiven. Bij een bakkerij hebben we een lekkere pie gegeten. Niet te vergissen met taart. Een pie is hier een soort van quiche met een dakje van bladerdeeg. Heerlijk gevuld met groenten of bacon en ei of gehakt met kaas. Allemaal erg lekker. Zelfs Fabiënne, die zo moeilijk eet, vond de bacon en ei van Rogier erg lekker en heeft dus een flink stuk van zijn pie ingepikt. Voor op de camping namen we nog een lekker gebakje mee en kreeg Fabiënne van de verkoopster en hele grote gingerbreadman. Echt een kerstkoekje die ze met smaak eerst afgelikt heeft (glazuur en snoepjes) en daarna heeft opgegeten. Het enige bewijs wat overbleef was haar blauwe mond van alle snoepjes die erop hadden gezeten.

Verder bleek er in het centrum een arts&craft market te zijn waarbij mensen hun zelfgemaakte waren verkopen. Zo stond er een tentje waar ze chimneycake verkochten. Een soort deeg wat rond een houten stok werd gewikkeld en zo gebakken werd. Daarna werd het nog door een soort topping gerold. Zou uit Hongarije komen volgens het bordje. Ook stonden er mensen met zelfgemaakte zeep. Houtsnijwerk en natuurlijk het bekende ‘greenstone’ (Jade) wat je hier op elke straathoek kan kopen. Er zaten ook best wat leuke kraampjes tussen. Na hier nog even rondgekeken te hebben zijn we weer terug naar de camping gereden voor een relaxt middagje. Beetje lezen, beetje ‘springkus’ met Fabiënne.

Morgen weer een lange rij-dag voor de boeg naar Milford Sound. De enige camping in Milford Sound is al door ons geboekt dus daar hoeven we ons niet druk om te maken. Zo kunnen we snel naar de boot waar we overmorgen heel vroeg in de ochtend een mooie tocht mee gaan maken.

Tauranga Bay, Pancake Rocks en Greymouth [29-11-2017]

Wat een onwijs mooie dag was dit! Vanaf de camping naar Tauranga Bay gereden waar een zeeleeuwen kolonie zou zitten. Er was een kleine ‘walk’ naartoe. Boven aan gekomen zagen we eigenlijk niks. Geen zeeleeuw te bekennen. Maar al snel dook er ergens in het water een koppie op. Ondanks de redelijk woeste golven kon deze zeeleeuw toch op de rotsen komen om lekker te gaan zonnebaden. Al snel volgden er meer. Mannetjes, vrouwtjes en uiteindelijk ook pups die al ergens op het eiland schenen te liggen. Wat zijn die toch schattig met hun pluizige bontje. Fabiënne vond het ook heel interessant. Die vertelde steeds maar weer dat de ene zeeleeuw een papa was en er was een mama bij en een baby. Tussen alle zeeleeuwen zagen we ook nog bijzondere vogels lopen. Van zo veraf leek het een beetje op een kiwi maar wanneer je goed keek hadden deze loopvogels (want vleugels hadden ze niet) een staart en een veel kortere en dikkere bek. Er waren er heel veel, ook jongen en ze liepen gewoon gezellig tussen alle zeeleeuwen door. Later zagen we op een info bord dat deze vogel een Weka blijkt te heten. Net als de Kiwi, ook een zeldzame loopvogel. Die hebben we dan ook maar weer mooi gezien! We hebben hier echt een hele tijd staan kijken, foto’s maken en genieten. Wat een prachtige natuur.

Verder met onze route naar Pancake Rocks. Al rijdend zag ik ineens een rots op het strand staan met daarbij een soort Arch. Een door weer en wind uitgesleten boog in een rots. Hier wilde ik wel graag even kijken. Gelukkig konden we er stoppen en een paar mooie foto’s maken.

Aangekomen bij de Pancake Rocks hebben we eerst lekker geluncht. Fabiënne maar weer met chipjes want die wil echt geen broodje of wat dan ook proberen. Na de lunch op pad. Hier was er een ‘loopwalk’ van zo’n 20 minuten, als je tenminste geen foto’s maakt…Wij hebben er het dubbele over gedaan. Ook dit was weer een mooi staaltje natuur. Prachtige rotsformaties midden in de zee waarbij het leek of er allemaal plakjes steen op elkaar gestapeld waren. Geologen zijn er nog steeds niet uit hoe dit veroorzaakt wordt. Tussen de rotsen waren blowholes gevormd. Helaas waren wij er met eb en dan zie je hier niet zoveel van. Toch maakte ook nu het tegen de rotsen slaan van de zee al een bulderend lawaai. Een machtig geluid letterlijk en figuurlijk. Jammer was wel dat er hier weer een groep Aziaten was die het onwijs belangrijk vonden om steeds als groep pak ‘em beet 40 foto’s te maken op dezelfde plek waardoor anderen er niet bij konden. En dan waren ze ook nog een klein beetje geïrriteerd als je er even langs wilden. Ze vonden trouwens Fabiënne ook wel erg interessant. Ze was even bij ons vandaan gelopen en stond bij het info bord te kijken. Toen ik naar haar toeliep zag ik een ouder Aziatisch echtpaar naar haar roepen om haar aandacht te trekken en foto’s te maken. Ook later wilden andere Aziaten met haar op de foto. Dat hebben we niet toegelaten. Ik vind het echt een beetje raar. Ik had er wel van gehoord dat ze kindjes met licht blonde haartjes graag op de foto zetten omdat zij dat bijzonder vinden maar om dit nu zomaar te doen…

De hele route liet langs elk bochtje weer nieuwe prachtige dingen zien. Ik denk dat we hier wel 200 foto’s gemaakt hebben. Fabiënne was het alleen na een poosje wel zat waardoor we steeds achter haar aan moesten rennen. Van lekker op je gemakje kijken kwam dus niet zoveel terecht.

We hadden nog gepland om nog naar een openlucht museum te gaan met een nagebouwd goudmijn stadje maar hier was al geen tijd meer voor. Op naar de camping dus maar. We mochten weer zelf een plekje kiezen. Met inparkeren ging het nu alleen even niet goed. Rogier stak de camper achteruit en ineens hoorden we een harde klap. Bleek het scherm wat de plekken verdeeld achter ons niet gelijk te staan aan die in onze rij. Rogier was er dus finaal tegenaan gereden. Gelukkig was het geen andere camper! Helaas bleek de klap wel zo groot geweest te zijn dat de fietsendrager die we achterop hebben hangen helemaal verbogen is en er een verbindingspunt door de achterwand heen is gegaan. Gelukkig zijn we goed verzekerd. Na een telefoontje met de verhuurmaatschappij en een beetje Ductape kunnen we gewoon verder reizen en hoeft het niet eerst gerepareerd te worden.

Ondanks alle prachtige dingen ook een beetje een pechdag dus. Naast het ongelukje met de camper is Fabiënne vandaag 3 keer gevallen en heeft ze flink geschaafde benen en ook ik viel vandaag weer. We zijn lekker bezig! Toch kijken we terug op een prachtige dag.

Buller Gorge en Carters Beach [28-11-2017]

Vandaag onze eerste échte dag op het Zuidereiland. De zon schijnt wanneer we wakker worden en het beloofd weer een warme dag te worden.

Gisteren hebben we de route gepland die we willen gaan rijden op dit eiland. Omdat er zoveel moois te zien is en we beperkte tijd hebben (Ja, 2 weken is écht beperkt, geloof ons maar.) hebben we besloten het Abel Tasman NP over te slaan. Er worden hier veel grote hikes gelopen en dat is voor ons toch geen optie.

We besloten gelijk richting het zuiden te rijden te beginnen bij Westport/ Carters Beach. Onderweg zijn we door de Buller Gorge Scenic Reserve gereden om te kunnen stoppen bij de langste ‘swingbridge’ van Nieuw Zeeland (althans volgens de Lonely Planet). Deze swingbridge van 110 meter lang ging over een rivier die normaal gesproken vrij wild hoort te zijn. De dame bij de servicebalie vertelde echter dat er op deze rivier zo’n 7 beekjes uit moesten komen. Door aanhoudende droogte van de afgelopen weken kwam er nu echter nog maar 1 beekje op uit en was er dus van die kolkende rivier niet zoveel meer over. Desalniettemin was het toch wel een spannende ervaring om over deze brug heen te lopen. Helemaal toen we op de heenweg tegenliggers tegenkwamen de brug was namelijk echt heel smal! Ik liep voorop en de dame die me tegemoet liep riep al iets in de trant van dat we gelijk goed met elkaar kennis konden maken. Ik vroeg haar hoe we dit moesten gaan doen op die brug. Haar antwoord was simpel: “Boob to boob!” And so we did…. Gelukkig ging dit allemaal goed. Zelfs het passeren van Rogier die Fabiënne op zijn rug had ging goed. Na de brug nog een kleine wandeling gemaakt waarbij we door een soort mini jungle liepen. Er stond op verschillende punten aangegeven hoe hoog het water op verschillende momenten had gestaan. In 2010 was dat wel zo’n 15 meter hoger geweest dan waar we op dit moment stonden. In deze minijungle was het overigens heerlijk koel. In de zon was het bloedheet dus het was gelijk even lekker bijkomen. Na het rondje wandelen kwamen weer terug bij de swingbridge en nu konden we hem zonder tegenliggers zo passeren. Fabiënne liet Jet nog vallen. Gelukkig maar dat de brug afgezet was met gaas aan de zijkanten anders hadden we Jet voorgoed kwijt geweest. Al zei de jongen bij de balie dat íe dan wel even met de jetboat er achteraan gegaan had voor d’r. We hebben reserve Jet thuis gelaten dus dat had toch wel een dingetje geweest denk ik. Jet moet namelijk nog steeds overal mee naartoe en wijkt geen moment van haar zijde.

De Camping staat vlakbij het strand. Je kan de zee horen. Het is net aan de overkant van de weg. Fabiënne en Rogier zijn daar nog even naartoe gewandeld. Rogier kwam daar nog een Duits stel tegen met 2 kleine kinderen. Eentje net zo oud als Fabiënne. Terwijl dat kindje en Fabiënne lekker aan het spelen waren heeft Rogier een goed gesprek gehad. Het bleek dat dit stel op wereldreis was. In Duitsland krijgen ouders namelijk gezamenlijk 14 maanden zwangerschap-/ bevallingsverlof. 7 Maanden per ouder dus. Betaald ja. Ze waren al in Bali geweest, Australië en nu dus hier.

Rogier en ik vragen ons geregeld af hoe het zou zijn om hier in Nieuw Zeeland te wonen. Je ziet de prachtigste huizen op de mooiste plekjes maar wordt zo’n uitzicht op een gegeven moment niet “gewoon”? Dat het niet meer bijzonder is? Volgens deze Duitsers niet. Zelf zijn ze 3 jaar geleden verhuisd naar een huis midden in de bergen en het uitzicht verveeld nog steeds niet. Dus wie weet… ?

Het strand waar Rogier met Fabiënne was geweest bleek trouwens zwart zand te hebben. Fabiënne zag er echt niet uit. Overal zat heel fijn, zwart zand. In bad dus maar weer. Deze camping had een speciaal kinderbad waar ze heerlijk in heeft gepoedeld. Douchen vind ze echt een drama maar een bad is ze niet uit te krijgen.

Terug in de camper had ze het steeds over ‘papa dragen rug’ en wees daarbij naar de draagzak. Zo noemt zij hem dus. Ze geniet er echt heel erg van om lekker lui bij Rogier te kunnen hangen en dit is iets minder zwaar dan haar zo op de arm dragen. Wat hij overigens ook vrijwel elke dag doet. Fabiënne weet precies wat ze allemaal gedaan krijgt bij papa dus ze hoeft maar te zeggen: “papa tillen?” en papa neemt haar weer op zijn arm ha ha!

Tongariro en Whanganui [23-11-2017

Vanmorgen werden we wakker met buiten een strak blauwe lucht en prachtig zicht op de 3 grote vulkanen van Tongariro NP. Vanuit onze deur konden we precies MT Doom zien liggen.

Het was dus prachtig weer en de dag ervoor hadden we van de parkeigenaresse al wat suggesties gehad voor korte wandelingen in de omgeving. Na het ontbijt op pad dus.

Als eerste naar Tawhei Falls. We konden langs de weg parkeren en daarna was het een kleine 10 minuten lopen naar de waterval. Het ging wel flink omlaag met verschillende trappen en bospaadjes. Beneden aangekomen zagen we inderdaad een mooie waterval. Fabiënne, weer in de draagzak, vond hem nu zelfs erg mooi en wilde er een poosje naar kijken. Daarna weer terug gewandeld alleen was dat dit keer omhoog natuurlijk. Mijn knieën en heup waren hier niet zo blij mee en ik moest echt goed opletten hoe ik mijn voeten neerzetten en wat mijn houding was. Afgezien daarvan laat onze conditie wel wat te wensen over dus kwamen we al hijgend en zwetend weer boven.

Er was hierna nog een wandeling van zo’n 50 minuten maar omdat het met mij al niet zo lekker ging met dit korte wandelingetje hebben we besloten deze maar niet te doen. In plaats daarvan zijn we doorgereden naar een nabij gelegen skipiste vanwaar we prachtig uitzicht moesten hebben op de vallei. Boven op de piste was er helemaal niets behalve rotsen, een paar hotels en heel veel sneeuwturbines. Een stukje terug naar beneden hadden we wel goed zicht over de vallei. Persoonlijk vond ik dit uitzicht niet zo mooi omdat het allemaal erg kaal is. Geef mij maar de glooiende groene heuvels die we overal tegen komen. Het is natuurlijk wel een bizar gezicht om overal grote rotsblokken te zien, wetende dat die ooit zijn uitgespuugd door een van die 3 vulkanen.

Onderweg zagen we al steeds een vreemd soort mos wat zich ‘drapeerde’ over de rotsen. Nu toch maar even gestopt zodat ik het van dichtbij kon bekijken. Het was echt heel apart. Van dichtbij leek het wel een soort schimmel maar wanneer je nog dichterbij keek bleken het allemaal piepkleine grijs-witte bloemetjes te zijn. Ook stonden er nog andere mos soorten waarbij sommige wel leken op koraal of anemonen uit de zee.

Vanaf Tongariro NP zijn we 2 uur gaan rijden naar Whanganui. Een redelijk grote stad aan de west kust van het Noorder eiland. Ik had van te voren al een beetje gezocht op campings en kwam uit bij Whanganui Seaside Holiday Park. Daar aangekomen viel de aanblik alleen al vies tegen. Veel, hele oude, caravans van vaste gasten en een beetje vergane glorie. Dus toch maar weer terug gereden (zo’n half uur) voor een Top 10 Holiday Park. Tot nu toe hebben we deze vrijwel iedere keer en ze zijn dan wel iets duurder maar wel veel mooier. Deze is ook weer prachtig gelegen aan de Whanganui rivier. We mochten zelf een plekje kiezen. Bij de rivier of bij de speeltuin. Tja, met een kind aan boord is die keuze snel gemaakt. Alhoewel ze nu dus niet uit die speeltuin te krijgen is…. Ook hebben we hier weer een family bathroom met een lekker bad voor Fabiënne. Heerlijk vind ze dat. Het is vandaag wel erg heet 26 graden, volle zon en geen wind. Ondanks dat moet ik toch een flinke was doen en eten koken. Morgen blijven we hier nog een dag aangezien we toch ingelopen zijn op de ons schema. Dan kunnen we lekker rustig aan doen.

 

 

Wai-O-Tapu [21-11-2017]

De omgeving van Rotorua staat bekend om zijn thermische activiteit. Gisteren zijn we al bij de Maori’s gaan kijken die hier handig gebruik van maken maar voor de écht mooie plaatjes moesten we toch ergens anders naartoe. Vandaag gingen we dus naar Wai-O-Tapu thermal wonderland.

We hadden gelezen dat ze nog iets voor het park een heel bekende geiser hebben, de Lady Knox Geyser die elke dag om 10.15 uur spuit tot 20 meter hoog voor een uur lang.

We hebben ons rot gehaast om er op tijd te zijn. Gelukkig waren we wel op tijd. Het was er ontzettend druk. Oké niet zo druk als bij Hobbiton maar toch… Het bleek dat de geiser het eigenlijk maar eens tussen de 48 en 36 uur deed tenzij ze de natuur een handje hielpen met een zakje natuurlijke zeep. Er zat een mooi verhaal bij over de gevangenen die daar vroeger in de bossen werkten en hun gewassen kleding over de geiser lieten hangen waardoor hij begon te spuiten maar het voelde toch een beetje nep op de een of andere manier.

In ieder geval werd er toch om stipt kwart over 10 een zak met zeep in de geiser gekieperd waarna hij inderdaad, na eerst flink wat schuim te hebben gegeven, begon te spuiten. Maar na onze 30 meter hoge (wél geheel natuurlijke geiser) van gisteren viel deze toch een beetje tegen…

Op naar het park dan maar. Hier waren drie wandelingen te lopen. Als je ze alle drie aan elkaar koppelde, en dus alles zag wat er te zien was, zou je zo’n 75 minuten lopen. Natuurlijk wilden we alles zien want de plaatjes zagen er al mooi uit. En mooi was het! Van een prachtige hele grote poel die ‘the Artist’s Palet’ heet en ook echt alle kleuren van de regenboog heeft tot de champagnepoel. Een groot meertje van 65 meter diameter en een oppervlakte temperatuur van 74 graden met aan de rand een brede strook koperkleurig gesteente. Door de stoom kon je soms het meer niet eens zien. Zoveel stoom kwam er van dat meer af!

Ook de ‘Devil’s Bath’ maakte veel indruk. Een gifgroene poel. Zo’n bijzondere kleur voor water, heel bizar. De kleur van dit water bleek ook nog te variëren in kleur van gifgroen naar geel afhankelijk van het weer.

Hierna stonden we ineens weer bij de uitgang terwijl we toch echt nog niet alles gezien hadden. Bleken we een afslag gemist te hebben ergens halverwege, om de gehele wandeling te maken. Omdat het inmiddels al tegen de middag liep besloten we eerst maar wat te eten in het restaurant. Rogier een heerlijke egg & bacon pie en ik een spinach & feta roll. Fabiënne eet nog steeds niets van dit soort dingen dus die had een ijsje en een zakje chips.

Na de lunch weer op pad. Eerst de buggy verruild voor de draagzak want in dit stuk van de route zitten toch flink wat trappen. Daarna zijn terug gelopen naar het midden van het park en hebben daar alsnog de hele route afgemaakt. Het was echt heel erg mooi om bubbelende modderpoelen en watervallen te zien. Op een vlakte leefden allemaal vogels, Pied Stilts. Er liepen ook kleintjes rond. Ons kleintje was intussen in diepe slaap in de draagzak. Die heeft er vrijwel niks van meegekregen. Voor ons was dat lekker rustig doorlopen. Heerlijk genieten!

Nadat we deze route ook op ons gemak gelopen hebben zijn we terug gegaan naar de camper en weer terug naar het vakantiepark in Rotorua. Het was heel mooi om al deze dingen te zien. Onvoorstelbaar dat de natuur zulke mooie dingen maakt. Jammer alleen dat het zo moet stinken. ?

Roturua en Whakarewarewa Village [20-11-2017]

Vandaag gingen we ons eens onderdompelen in de Maori cultuur en de thermische grond van Rotorua. Dit kan op heel veel plekjes maar ons sprak de Whakarewarewa Village het meeste aan. In dit dorp wonen al sinds begin 1900 Maori gezinnen. Tegenwoordig nog een stuk of 25 gezinnen. We werden rondgeleid door Girly. Ze had een andere naam maar die was voor ons niet uit te spreken. (en dat terwijl het Maori alfabet maar 13 letters heeft.)

Girly had haar roots ook in het dorp liggen al had ze er zelf niet gewoond en zou ze dat ook niet willen zo vertelde ze later. Volgens haar was de gemeenschap zo klein dat wanneer je een keer ruzie had met je man iedereen dat binnen no-time zou weten. Niet alleen zij maar veel meer Maori willen toch wat meer privacy en verkiezen een leven buiten de village. Maar de meeste komen er nog vaak o.a. om te werken, bijvoorbeeld als gids.

Het was echt heel bijzonder om te zien hoe hier nog geleefd wordt op en mét thermische activiteit. Overal komt stoom uit de grond, zijn er heet water poelen en borrelende modderpoelen. De heetste was ‘Grumpy Old Man’. Deze poel was de heetste, boven de 100 graden Celsius aan de oppervlakte (dieper nog heter!) en niemand wist hoe diep deze poel was. Dit was niet te meten. De stoom die er vanaf kwam was echt heel heet. Alsof je zat te stomen voor een verkoudheid boven een bak kokend water. (wat dit natuurlijk ook gewoon is).

Ik zeg bewust dat ze ook leven mét deze thermische activiteit want ze maken er handig gebruik van. Warm water wordt omgeleid naar uitgehakte baden in het gesteente waar iedereen zich lekker warm kan badderen. In sommige hot water pools wordt gekookt. Gewoon netjes met maïs die er ingehangen worden voor een minuut of 10 en klaar is Kees. Ook koken ze hier nog op de traditionele manier met een hangi oven. Een houten bak met deksel die over een stomend gat in de grond wordt gezet. Hierin wordt van alles klaar gemaakt. Vlees maar ook groenten en zelfs pudding! De gids  vertelde nog hoe handig dit was want je deed je maaltijd in de hangi, deksel erop en 2 uur later had je een heerlijke maaltijd waar je verder niets voor hebt hoeven doen. In de tussentijd waren dan de boodschappen of de was gedaan. Klonk erg ideaal! Na de tour hebben wij zo’n hangi maaltijd gegeten. Ik vond het erg lekker. Heerlijk malse kip die zo van het bot viel, lekker zoete aardappel, groente etc. Ondanks dat het overal vreselijk naar zwavel ruikt uit die poelen, proefde je daar niks van. De pudding die we als toetje hadden was echt heerlijk. Die zouden we iedere dag wel willen eten!

Tijdens de tour was een van de hoogtepunten de geisers Prince of Wales’ Feathers en Pohutu. Die eerste begint als eerste te spuiten. Dit duurt zo’n 10 minuten en daaraan kun je dus ook meten wanneer Pohutu ongeveer gaat spuiten. Dit was echt super mooi! Pohutu spuit wel 30 meter hoog en het geluid erbij… zo indrukwekkend! Fabiënne vond het trouwens niet boeiend. Die had een ijsje wat natuurlijk vele malen interessanter is.

Uiteindelijk hebben we hier ook een optreden van de Maori gezien waarbij ze verschillende zang en dans lieten horen en zien. Natuurlijk met de beroemde haka. (voor diegenen die dit niet kennen: Zoek op YouTube maar een op “The All Blacks Haka”. Heel tof om te zien. Al het geschreeuw, gestamp en gekke bekken vonden wij super en indrukwekkend om te zien. Ik had een beetje verwacht dat Fabiënne het misschien spannend zou vinden maar ze zat heel gebiologeerd te kijken en klapte het hardste mee na afloop.

Uiteraard mochten we nog even op de foto met een Maori man en vrouw die voor de foto nog even de grote ogen opzetten en hun tong uitstaken zoals ze dat doen in de Haka. Sindsdien, als wij Fabiënne vragen wat de Maori man deed, zet ze grote ogen op en steekt ze haar tong uit. De grootste lol heeft ze dan.

We hebben er voor onszelf nog een klein houtsnijwerkje van een kiwi gekocht en Fabiënne kwam met een pluche kiwi aanlopen die achteraf, vreselijk hard, geluid bleek te maken…

Van te voren hadden wij gelezen in recensies dat het wel erg triest was om te zien hoe slecht de Maori het hadden in dit dorpje. Wij vonden dit allemaal meevallen. De huisjes waren inderdaad klein en sommige niet denderend onderhouden maar we hadden niet het gevoel dat de Maori die daar leven het nu super slecht hadden. Ik denk dat dat ook wel komt omdat de gemeenschapszin in deze cultuur zo groot is. Alles wordt met elkaar en voor elkaar gedaan. De gids, Girly, sprak ook echt met weemoed over haar jeugd tussen alle Maori. Heel mooi om te zien.

Dit dorp ligt naast het bekende Te Puia. Hier zie je dezelfde dingen en ook dezelfde geisers. Zelfs van dezelfde afstand. Alleen is dit park veel duurder en is dit helemáal commercieel. Wij kunnen toekomstige reizigers dus zeker aanraden om wel naar Whakarewarewa Village te gaan.

Matamata en Hobbiton [18-11-2017]

Iedereen die ons een beetje kent weet dat wij grote film liefhebbers zijn. De Lord of the Rings en de Hobbit hebben we dan ook allebei meerdere keren gekeken. Zelfs de week voor we met vakantie gingen hebben we “nog even” de hele LOTR trilogie gekeken. Onvoorstelbaar dat de film al meer dan 15 jaar oud is! Hij is trouwens nog steeds erg goed.

Hier in Matamata is het hele “Shire” stuk opgenomen. De plek waar de hobbits wonen. De filmsite is er nog steeds en heet Hobbiton. Hier wilden we natuurlijk wel heel graag gaan kijken. We hadden al begrepen dat je het van te voren moest boeken omdat het erg populair is. Op een andere camping waren we ook al een Nederlands stel tegen gekomen die dat niet wisten en er dus op de bonnefooi naartoe waren gegaan. Die konden dus niet naar binnen. Het zijn namelijk allemaal begeleide tours met een maximaal aantal deelnemers. Wij hebben dus netjes van te voren geboekt.

We zijn vanmorgen op tijd gaan rijden. Hebben tussendoor nog een vergeten boodschapje gehaald en genoten van de rit naar Matamata. Wat een prachtige omgeving is dit toch. Ook het stadje Matamata is super mooi. Staat vol met prachtige huizen en is allemaal keurig onderhouden. Overal brede stroken fris groen gras en veel bomen.

Uiteindelijk waren we ruim op tijd op de locatie. We hebben daar dus rustig op de parkeerplaats geluncht en Rogier heeft samen met Fabiënne een flinke tijd buiten met de bal gespeeld. ’s Morgens regende het nog heel hard maar tegen de tijd dat we hier aankwamen scheen de zon.

Om 16.00 uur waren wij aan de beurt. Met een grote bus, helemaal volgeladen, gingen we op pad. Eerst een stukje door de heuvels om uiteindelijk op een parkeerplaats weer uit te stappen. Het was mooi om te zien dat je echt helemaal niks kon zien van de filmlocatie, zo goed lag het verscholen tussen alle groene heuvels vol met schapen en Black Angus koeien. In de bus kregen we al wat informatie over de site en wat we konden verwachten. Zo bleek de site mede gebouwd te zijn door het leger van Nieuw Zeeland (die later een rolletje in de film kregen als orks in het grote leger van Saruman) en is er een hele grote eikenboom vanuit een ander dorpje verplaatst naar hier omdat dat nu eenmaal zo in het boek stond. Toen een paar jaar later de Hobbit opgenomen werd was deze eikenboom echter dood. Ze hebben toen op dezelfde plek een replica neergezet waarvan alle blaadjes er handmatig aan bevestigd zijn. De gids wist later te vertellen dat de producer van de film, Sir Peter Jackson, daarna de kleur van de blaadjes niet mooi vond waarna alle blaadjes met de hand van een ander kleurtje voorzien moesten worden. Het was echt heel bijzonder om nu in het echt in the Shire rond te lopen. Er waren zo’n 39 hobbit holes zoals ze dat noemden en dat was echt een heel leuk gezicht. We hadden Fabiënne verteld dat we kabouter Bim gingen zoeken. Op de creche hebben ze namelijk een tijdje geleden het thema groot en klein behandeld waarin een boekje van kabouter Bim werd voorgelezen. Dit verhaaltje heeft veel indruk gemaakt op Fabiënne. Ze vertelt er nog steeds over. Dat we nu dus bij Kabouter Bim op bezoek gingen was echt een schot in de roos. Ze vond het allemaal prachtig! En ze is weer hartstikke lief geweest.

De site zou geschikt zijn voor kinderwagens dus namen wij de buggy mee ipv de draagzak. De tour duurde 2 uur en dan 14 kilo op je rug is wel een beetje teveel. Jammer alleen dat er her-en-der toch wat trappetjes waren die we moesten nemen. Het ging allemaal wel maar écht kinderwagen-vriendelijk vonden we het niet. Overigens wil Fabiënne alleen maar bij papa hangen en loopt hij al dagen, en dus ook hier, met haar te sjouwen. Had hij net zo goed met de draagzak mee kunnen nemen.

Na een anderhalf uur rondgelopen te hebben op deze site met veel uitleg van een hele leuke vrouwelijke gids kwamen we aan bij The Green Dragon. Het café wat je (natuurlijk) ook in de film terug ziet. Hier konden we kiezen uit 4 verschillende drankjes die exclusief voor Hobbiton gebrouwen/gemaakt zijn. Rogier koos voor een Pale Ale, Fabiënne proefde een alcoholvrij frisdrankje: gingerbeer (wat ze overigens heeeeeel vies vond. Terwijl het eigenlijk heel lekker was) en ik koos een appelcider die ook echt super lekker was. Daarna was het alweer tijd om terug naar de bus te gaan die ons weer terug naar het begin punt bracht.

Na nog een kort rondje door het souvenirwinkeltje zijn we lekker naar de camping gegaan. Lekker slapen en morgen kiwi’s kijken!