Dunedin – Oamaru [06-12-2017]

Het weer was vanmorgen gelukkig wel iets verbeterd. Nog wel wat fris. (voor ons is dat nu zo’n 19 graden 😉 ) En veel wind. Dus na het ontbijt de camper in en de stad in. Dunedin is een plaatsje gesticht door Schotse emigranten en is afgeleid van het Schotse woord voor Edinburgh, de hoofdstad. In het Gaelisch is dat Dùn Èideann. In Dunedin hebben ze zelfs hun eigen tartan (je weet wel, zo’n geruit kleedje specifiek voor elke streek of clan).

De stad is ook opgebouwd rondom de kerk en het stadhuis. Anders dan in veel andere plaatjes waar er geen echt stadscentrum is zoals wij dat bijvoorbeeld hebben. Het was trouwens nog wel even lastig om een parkeerplekje te vinden en we zijn dus met camper en al dwars door de stad gereden om hem uiteindelijk bij het station te parkeren.

Dit treinstation is een van de oudste van Nieuw Zeeland en ziet er prachtig uit. Het “parkje” ervoor was mooi aangelegd met mooie buxussen en bloemetjes. Fabiënne en alle Aziaten, keken hun ogen uit. Vlak naast het station stond nog een hele oude kolenlocomotief uit de Victoriaanse tijd. Wat een ding zeg! Onvoorstelbaar dat dat in beweging kwam.

In Dunedin een beetje rondgewandeld en op aanraden van een dame bij de iSite (VVV) naar een mall gegaan. Dit zag er aan de buitenkant helemaal niet uit als een mall maar van binnen was het super groot. Het bleken 3 gekoppelde centra te zijn (3 malls dus eigenlijk) met 3 etages en allemaal een eigen foodcourt. Bij die laatste hebben we dan ook lekker gegeten. Rogier Mexicaans, Fabiënne chips want die wilde d’r Mexicaans niet en ik sushi. Overigens een van de beste die ik ooit gegeten heb! Na een paar uurtjes rondstruinen kreeg ik toch wel wat last met lopen en besloten we terug naar de camper te gaan.

Vanaf Dunedin zijn we doorgereden naar de camping in Oamaru. Onderweg hadden we eigenlijk nog willen gaan kijken bij de Mouraki Boulders. Grote kogelronde rotsen die in de branding van de zee liggen. Maar dit was een totale wandeling van 1 ½ uur. Dat leek ons nu niet zo verstandig en hebben we dus laten zitten.

Op de camping werden we zeer vriendelijk ontvangen. De eigenaar vertelde veel over de omgeving en kon ons allerlei dingen bieden om in de buurt, en met Fabiënne te doen. Oamaru staat bekend om hun pinguins die ’s avonds aan land komen om de nacht door te brengen maar dat is altijd ’s avonds. We hadden er eigenlijk nu geen zin meer in om nog op pad te gaan en zijn dus lekker op de camping gebleven. Van vrienden hadden we gehoord dat we ook op een camping konden verblijven waar de pinguins gewoon over de kampeerplaatsen lopen. Daar kwamen we alleen pas achter toen we al stonden. We besloten daarom maar om morgen naar die camping te gaan en het alsnog te bekijken.

Deze camping heeft in ieder geval weer allerlei springkussens waar Fabiënne zich op uit kon leven en, als klap op de vuurpijl, een babybad in de vorm van een brandweerauto! Inclusief brandweer slang als douche! Dat vond ze gewéldig!

’s Avonds hebben we alle achterstallige blogs bijgewerkt. De verhalen waren al geschreven maar de foto’s moesten nog allemaal uitgezocht worden, in mapjes opgeslagen en bewerkt. Daarna nog invoegen in de blog en de blog online zetten. We waren rond 01.00 uur klaar. Morgen weer verder waar we gebleven waren.

Geef een reactie