Shigatse en Gyantse

Vandaag gingen we dan eindelijk op pad naar het klooster waarvoor we gisteren dat hele eind gereden hadden, het Tashi Lhun Po Monastery. Dit is het klooster waar de Pasha Lama woont. Een Pasha Lama is de eerst volgende machtige persoon na de Dalai Lama. En aangezien de Dalai Lama niet meer in Tibet woont, en ook nog eens 74 jaar oud is, kijken veel mensen op naar de Pasha Lama. Aangezien het boeddhisme in reïncarnatie gelooft, zoeken ze dus steeds weer naar de geest van de overleden vorige Pasha Lama. Meestal betekent dit dat ze een jongetje van een jaar of 4 aanwijzen als de volgende Pasha Lama. Dit is ook gebeurd met de huidige Pasha Lama, die nu 21 jaar oud is. Momenteel wordt hij nog steeds opgeleid voor zijn rol, en dat gaat gepaard met de nodige politieke conflicten. Het is nu namelijk zo dat de Pasha Lama opgeleid wordt door Chinesen, terwijl de Dalai Lama uit het Tibetaanse volk komt. Dit is politiek gezien best een lastige situatie, want het is nog onzeker of het volk de nieuwe Pasha Lama wel zal accepteren zodra deze klaar is met zijn opleiding. Aan de andere kant is het een strategische zet van de Dalai Lama om zich te verenigen met de Chinese overheid.
Terug naar ons bezoek aan het klooster van de Pasha Lama. Het mooiste deel van dit grote klooster vond ik het enorme gouden beeld van de Maitreya Bouddha, welke 27 meter hoog is en daarmee het hoogste gegoten beeld ter wereld is! Verder zijn er ook nog een aantal graftombes van oude Pasha Lama’s, welke ook weer uit veel goud en edelstenen bestaan. Erg mooi om te zien allemaal, alleen jammer dat je dik moet betalen als je een foto wilt maken van een van deze beelden (omgerekend zo’n 10 euro per tempel, dus effectief per Boeddha-beeld!).

Na dit mooie bezoek zijn we verder (terug) gereden naar de plaats Gyantse. Hier overnachten we vannacht in het Gyangtse Hotel. Dit hotel ligt aan de drukste winkelstraat van het dorpje, dus heeft nog een aardige lokatie. De kamers vallen mij echter wat tegen, zo staan er geen normale bedden in de kamer, maar een soort bedbanken. Ook ligt in de hele kamer vloerbedekking, maar het lijkt er een beetje op dat ze het fenomeen stofzuiger niet kennen?! Maar goed, het is maar voor één nachtje, dus zo erg is het niet.

Gyangtsie Castle

Omdat we al vroeg in de middag aankwamen in Gyantse, was er nog een optioneel bezoek aan het Pelkhor Chöde klooster mogelijk, of een bezoek aan het Gyangtsie Castle. Aangezien ik voor mijn gevoel wel even genoeg kloosters en tempels had gezien, ben ik naar het kasteel (of liever fort) gegaan. Dit fort staat bovenop een heuvel en was op loopafstand van het hotel. Onderaan de heuvel begonnen natuurlijk weer de trappen (net als bij het Potala Palace), maar het mooie uitzicht op de bergen rondom zorgde ervoor dat dat snel werd vergeten. Helemaal bovenaan het fort stond een gebedstoren, waar we naast konden staan en zodoende echt een prachtig uitzicht hadden op zowel Gyantse, als de rest van de valei waar deze plaats in ligt en ook het klooster waar het andere deel van de groep naartoe ging. Vanaf de top van het fort zijn we via de achterkant naar beneden gelopen, waarbij we ook nog een stukje over rotsen geklauterd hebben. Hierdoor kwamen we aan de achterkant van het oude centrum van Gyantse uit, waar ze de hele weg open gebroken hadden omdat er riolering werd aangelegd. Van daaruit zijn we teruggelopen naar het hotel om ons op te frissen.

Daarna hebben we gegeten bij het Yak Western restaurant in dezelfde straat als ons hotel. De setting in dit restaurant was erg leuk, met 2 grote vierkante tafels waar de hele groep aan kon zitten. Het menu zag er ook erg lekker uit (ik heb een Yak-cheese-burger besteld), alleen duurde het echt enorm lang voordat iedereen zijn/haar eten had! De gerechten kwamen echt letterlijk stuk voor stuk naar de tafel. Ze waren duidelijk niet berekend op een grote groep toeristen. De burger smaakte overigens best aardig, alleen had hij de grootte van een tartaartje in Nederland, dus die was zo op. Om mijn honger te stillen heb ik daarom als toetje maar een chocolade cake bestelt. 🙂

Alles bij elkaar een lekker dagje. Morgen weer de lange rit terug naar Lhasa, waar we dan nog een volle dag blijven om daarna met de trein naar Xi’an te reizen.

Berg-boeddha

Vanochtend was het dus erg vroeg uit bed, om het eerste gebed van de monniken bij te wonen. Volgens onze gids zou dit gebed om 4:30 starten, dus de wekker ging op 4:00! Het opstaan op dat tijdstip viel eigenlijk nog best mee, ondanks dat het nog helemaal donker was. Na een korte douche en mezelf aangekleed te hebben, ben ik naar de tempel gelopen waar het ochtendgebed plaats zou gaan vinden. Maar behalve een paar medereizigers en een bewaker, was er nog niemand te bekennen!?! De deur van de tempel zat zelfs nog stevig op slot. Na ruim 45 minuten gewacht te hebben (deze had ik dus ook nog lekker kunnen slapen!) kwam er eindelijk wat leven in de tempel en begon een monnik zachtjes op een soort grote kerkklok te slaan, om de andere monniken te wekken. Voordat het hele klooster wakker was en zich opgefrist had, was het bijna 6:00. Vanaf dat moment begonnen alle monniken door elkaar te zingen, terwijl sommigen op slaginstrumenten een ritme sloegen. Ik vond de zang erg lijken op het zingen in kanon (dezelfde tekst gezongen door meerdere monniken, maar gestart op verschillende momenten, dus door elkaar). Tijdens het zingen en spelen liepen ze ook nog 3 rondes om het grote Bouddha-beeld in het midden van de tempel; een ritueel dat geluk moet brengen. Alles bij elkaar een mooie ceremonie, alleen jammer dat het niet op ‘onze’ tijd begon.
Na de ceremonie kregen we ontbijt in het ‘restaurant’ van de tempel. Dit was het soberste ontbijt dat ik ooit gegeten heb: droog brood, met 1 ei, een kopje thee en een kommetje rijstenpap. Het voelde haast aan alsof wij ons ook tot het monnikenbestaan hadden bekeerd! 🙂

Na het ontbijt was het tijd om de berg Emei te verlaten en op weg te gaan naar de Lingyan heuvel, waar een enorm Boeddhabeeld uitgehakt is in steen. Maar om de berg te verlaten moesten we eerst weer naar beneden, naar de bus. Volgens onze reisleider was dit een afstand die makkelijk te lopen was, maar het kon ook met behulp van de kabelbaan waar we mee gekomen waren. We mochten zelf kiezen welke optie we wilden gebruiken. Sportief als ik ben, heb ik voor de wandeling naar beneden gekozen. Dit viel uiteindelijk best wel mee, alleen waren het weer een flinke serie trappen na elkaar, wat toch minder prettig loopt dan bijvoorbeeld een keizelpad. Maar de wandeling leverde een aantal mooie uitzichten op, op de in nevel gehulde berg; dus het was wederom de moeite waard.

Beneden aangekomen was het even wachten op de groep die de kabelbaan had genomen, waarna we dus naar de Lingyun heuvel zijn gereden. Deze heuvel ligt aan de Qingyi rivier en was meer dan 1200 jaar geleden een beruchte plek omdat veel boten hier omsloegen vanwege de sterke stroming die het samenkomen van 2 rivieren veroorzaakt. Een monnik dacht in die tijd echter dat dit omslaan werd veroozaakt door een boze draak, en begon daarom met het uithakken van een enorm boeddhabeeld in de rotswand naast de rivier om de schippers te beschermen. De monnik heeft zelf het eindresultaat van het beeld niet meer kunnen zien, want het kostte bijna 100 jaar om het beeld van 71 meter hoog, volledig uit te hakken! Dit beeld hebben wij vanaf het water, op een boot, mogen bewonderen. Erg imposant!

bergboeddha Qingyi rivier

De planning was eigenlijk dat we ook op en rond het beeld zouden gaan lopen, maar aangezien het vrij druk was, hebben we dit overgeslagen. In plaats daarvan zijn we doorgereden naar het Wenshu Monastery in Chengdu. Een oud klooster met een theehuis midden in de stad. Daar hebben we even rondgekeken en lekker thee gedronken.

Vanaf het theehuis mocht iedereen op eigen gelegenheid terug naar het hotel. De makkelijkste manier om dit te doen, was met een taxi. Je laat de taxi-chauffeur een kaartje van je hotel zien (met de Chinese naam erop), want de chauffeur spreekt (net als bijna alle andere Chinesen) geen woord Engels. Vervolgens rijdt de chauffeur echt als een bezetene door het verkeer naar het hotel! Verkeerregels lijken ze echt niet te kennen in China: rechts inhalen, op een 6 baans weg rustig over een doorgetrokken streep op de verkeerde weghelft inhalen, mensen afsnijden, voetgangers en fietsers domweg van de weg drukken/rijden. Allemaal doodnormaal in het Chinese verkeer! Maar je bent wel snel op de plaats van bestemming! 🙂

Aangekomen bij het hotel, bleek het al weer bijna etenstijd te zijn. Aangezien ik samen met een aantal reisgenoten even wat anders wilde dan rijst, besloten we voor een makkelijke maaltijd te gaan en zijn we even de Chinese McDonalds uit gaan proberen. Gewoon even een normale Big Mac met een Oreo-McFlurry als toetje. Heerlijk! 🙂

Morgen moeten we de koffers al om 6:15 klaar hebben staan in de lobby van het hotel, omdat we naar Lhasa in Tibet gaan vliegen. De koffers worden alvast voor ons ingecheckt, zodat wij pas rond 8:00 op het vliegveld hoeven te zijn. Jammer alleen dat je wel al je toiletspullen en zo in je koffer moet stoppen, want vloeistoffen mogen onder geen beding in de handbagage mee! Morgen dus weer vroeg opstaan, dus nu maar weer snel naar bed!

Kabelbaan en monnikentempel

Vandaag mochten we redelijk uitslapen, want we hoefden pas om 9:00 bij de bus voor het hotel te staan. Dat gaf dus genoeg tijd om even lekker te douchen (behalve dan dat de douchekop niet hoog genoeg hing; kleine Chinesen?!). Daarna voor het eerst ontbeten in China. Aangezien we in een vrij luxe hotel sliepen, hadden ze daarvoor een apart restaurant. En toen ik daar binnen kwam lopen, rook ik al de baklucht van het vlees en de rijst. Ze ontbijten daar dus ook serieus met rijst en vlees (weer een volledige maaltijd!). Waarom blijven al die Chinesen zo dun?!
Maar gelukkig hadden ze ook aan de Europese toeristen gedacht en was er een tafel met croissants, witte bolletjes en zelfs iets dat leek op bruinbrood. Daar heb ik dus dankbaar gebruik van gemaakt, want ik trek een zware warme maaltijd niet zo best in de ochtend.
Na het ontbijt vertrokken we met de bus naar Wannian, waar we een monnikenklooster hebben bezocht en waar we vannacht ook in het gastverblijf blijven slapen! 🙂

Ingang Emeishan Wanniansi Temple

Maar om bij de Emeishan Wanniansi Temple (het klooster) te komen, moesten we eerst een flink eind de berg Mount Emei op (ruim 1000 meter boven zeeniveau). Gelukkig kon een redelijk groot stuk daarvan met behulp van een kabelbaan (Wannian Cable-car). Daarna volgde echter een paar flink steile trappen. We kwamen allemaal dus al bezweet aan.
Na onze tassen in de kamers neergezet te hebben (we hebben onze koffers achtergelaten in het hotel in Chengdu, omdat we daar morgen weer terugkomen), gingen we een ‘stukje’ wandelen naar een punt waar twee rivieren samen komen (Qingyin Pavilion, oftewel het paviljoen van de zuivere klank). Volgens de verhalen zouden we zo’n 4 uur over de wandeling doen, maar ze hadden er alleen niet bij vertelt dat dit stukje voor 99% uit traptreden bestond! Zelfs de heenweg omlaag, wat toch het makkelijkste zou moeten zijn, kostte al best veel energie, vooral omdat het allemaal van die irritante kleine traptreden waren. Het sprookjesachtige uitzicht beneden maakte echter een hoop goed.
De terugweg omhoog was een ander verhaal, die viel ‘een klein beetje’ tegen. We zijn bijna anderhalf uur lang, alleen maar trappen op aan het lopen geweest (in een zeer vochtige 25+ graden). Ik heb nog nooit zoveel gezweet in mijn leven!
Hierna hebben we dus even lekker gedoucht in de luxe kamer in het gastverblijf van de tempel. En daarna hebben we een vegetarische maaltijd gegeten in het ‘restaurant’ bij de tempel. Ondanks dat al het vlees was vervangen door tofoe, smaakte dit nog best aardig. Alleen jammer dat ze er echt letterlijk niets bij te drinken hadden! Waarschijnlijk om de monniken niet in de verleiding te brengen of zo, maar er kon zelfs geen glas water vanaf?!
Na het eten heb ik nog even met een paar reisgenoten (Lisette, Sylvia en Marianne) een filmpje zitten kijken op een kamer, aangezien er om het klooster heen toch niets te beleven viel (het klooster staat eenzaam bovenop de berg). De naam van de film was ook wel erg toepasselijk om in een monnikenklooster te kijken: Bulletproof Monk! Dit was erg gezellig, maar daarna moesten we ook echt wel direct naar bed, want morgenochtend mogen we om 4:30 een gebed van de monniken bijwonen!