Kabelbaan en monnikentempel

Vandaag mochten we redelijk uitslapen, want we hoefden pas om 9:00 bij de bus voor het hotel te staan. Dat gaf dus genoeg tijd om even lekker te douchen (behalve dan dat de douchekop niet hoog genoeg hing; kleine Chinesen?!). Daarna voor het eerst ontbeten in China. Aangezien we in een vrij luxe hotel sliepen, hadden ze daarvoor een apart restaurant. En toen ik daar binnen kwam lopen, rook ik al de baklucht van het vlees en de rijst. Ze ontbijten daar dus ook serieus met rijst en vlees (weer een volledige maaltijd!). Waarom blijven al die Chinesen zo dun?!
Maar gelukkig hadden ze ook aan de Europese toeristen gedacht en was er een tafel met croissants, witte bolletjes en zelfs iets dat leek op bruinbrood. Daar heb ik dus dankbaar gebruik van gemaakt, want ik trek een zware warme maaltijd niet zo best in de ochtend.
Na het ontbijt vertrokken we met de bus naar Wannian, waar we een monnikenklooster hebben bezocht en waar we vannacht ook in het gastverblijf blijven slapen! 🙂

Ingang Emeishan Wanniansi Temple

Maar om bij de Emeishan Wanniansi Temple (het klooster) te komen, moesten we eerst een flink eind de berg Mount Emei op (ruim 1000 meter boven zeeniveau). Gelukkig kon een redelijk groot stuk daarvan met behulp van een kabelbaan (Wannian Cable-car). Daarna volgde echter een paar flink steile trappen. We kwamen allemaal dus al bezweet aan.
Na onze tassen in de kamers neergezet te hebben (we hebben onze koffers achtergelaten in het hotel in Chengdu, omdat we daar morgen weer terugkomen), gingen we een ‘stukje’ wandelen naar een punt waar twee rivieren samen komen (Qingyin Pavilion, oftewel het paviljoen van de zuivere klank). Volgens de verhalen zouden we zo’n 4 uur over de wandeling doen, maar ze hadden er alleen niet bij vertelt dat dit stukje voor 99% uit traptreden bestond! Zelfs de heenweg omlaag, wat toch het makkelijkste zou moeten zijn, kostte al best veel energie, vooral omdat het allemaal van die irritante kleine traptreden waren. Het sprookjesachtige uitzicht beneden maakte echter een hoop goed.
De terugweg omhoog was een ander verhaal, die viel ‘een klein beetje’ tegen. We zijn bijna anderhalf uur lang, alleen maar trappen op aan het lopen geweest (in een zeer vochtige 25+ graden). Ik heb nog nooit zoveel gezweet in mijn leven!
Hierna hebben we dus even lekker gedoucht in de luxe kamer in het gastverblijf van de tempel. En daarna hebben we een vegetarische maaltijd gegeten in het ‘restaurant’ bij de tempel. Ondanks dat al het vlees was vervangen door tofoe, smaakte dit nog best aardig. Alleen jammer dat ze er echt letterlijk niets bij te drinken hadden! Waarschijnlijk om de monniken niet in de verleiding te brengen of zo, maar er kon zelfs geen glas water vanaf?!
Na het eten heb ik nog even met een paar reisgenoten (Lisette, Sylvia en Marianne) een filmpje zitten kijken op een kamer, aangezien er om het klooster heen toch niets te beleven viel (het klooster staat eenzaam bovenop de berg). De naam van de film was ook wel erg toepasselijk om in een monnikenklooster te kijken: Bulletproof Monk! Dit was erg gezellig, maar daarna moesten we ook echt wel direct naar bed, want morgenochtend mogen we om 4:30 een gebed van de monniken bijwonen!