Terugreis Lhasa

Vandaag vertrokken we al weer uit hotel Manasarova, om terug te rijden naar Lhasa. Maar eerst konden we nog even genieten van een lekker ontbijt in de prachtig aangeklede ontbijtzaal (elke muur was een grote schildering, een beetje zoals de binnenkant van een tempel eruit ziet).
Met goed gevulde magen konden we dus beginnen aan de ruim 5 uur durende terugrit vanuit Gyantse. Omdat Gyantse dichter bij Lhasa ligt dan Shigatse, duurde de terugreis korter dan 2 dagen geleden. Hierdoor hadden we ook wat meer tijd om langs de route te stoppen voor een aantal mooie foto’s (die ik jammer genoeg nog steeds niet bij de blogs kan plaatsen, aangezien ik geen cardreader mee heb genomen en ik nog steeds geen WiFi-verbinding heb kunnen vinden).
Eenmaal bovenop de hoogste bergpas aangekomen hebben we gezamenlijk een gebedsvlag (een lange slinger met allemaal gekleurde vlaggetjes eraan) opgehangen. Natuurlijk zijn we ook even verderop nog een keer gestopt bij de gletsjer om nog wat mooie foto’s te maken. Halverwege de terugreis zijn we nog even gestopt in een heel klein dorpje om te lunchen, maar daarna zijn we bijna aan een stuk door teruggereden naar Lhasa.

Rogier bij gebedsvlaggen

Voor Tom (reisgenoot) was dit een zware terugreis, want hij had de avond ervoor al flink last gekregen van hoogteziekte. Hij was kort ademig, had last van hartkloppingen en erg veel hoofdpijn. Gelukkig nam dit snel af toen we de laatste hoge bergpas waren gepasseerd en snel begonnen af te dalen richting de 3600 meter van Lhasa.
Net buiten Lhasa hadden we nog even een leuke stop bij een gebedsplaats. De gebedsplaats bestond uit een Boeddha-schildering op een rotswand. Maar het plaatselijke gebruik was daar dat je een witte sjaal (die je overal in Tibet ziet/krijgt voor geluk) samen met een kleine steen erin, tegen de bergwand opgooit. Dat levert natuurlijk leuke acties op van mensen die compleet de verkeerde kant op gooien, tot mensen waarbij de sjaal met steen weer net zo hard van de rotswand af komt zetten omdat hij nergens achter is blijven haken. Mijn sjaal met steen kwam na de tweede worp best hoog op de rotswand terecht, maar viel daarna ook weer een heel eind naar beneden, om net boven de grond te blijven hangen.
Yak

Na deze ‘inspanning’ zijn we doorgereden naar ons hotel in Lhasa, hetzelfde hotel als 3 dagen geleden (het Tibet Gorka Hotel). Daar heb ik deze keer een grotere kamer gekregen, met daarin 3 eenpersoonsbedden en een luxe badkamer met ligbad. Nadat we ons allemaal hadden opgefrist, hadden we om 19:00 in de lobby van het hotel afgesproken om daar vandaan met z’n allen wat te gaan eten. Toen ik om die tijd in de lobby aankwam, bleken alle vrouwen uit de groep al een half uur eerder vertrokken te zijn?! Waardoor het dus een gezellige mannenavond werd. We hebben op advies van mijn Lonely Planet gekozen voor het Snowland restaurant, waar ik een heerlijke pepper Yak-steak heb gegeten. Na nog gezellig een biertje gedronken te hebben in het restaurant, zijn we teruggelopen naar het hotel, waar ik voor de verandering maar eens op tijd naar bed ga, want morgenochtend gaan we een lange wandeling maken naar heilige Drak Yerpa grotten.

Als afsluiting nog even 2 leuke anekdotes die de reisleider vertelde tijdens de busreis:
1) Chinesen krijgen autorijles met z’n vieren tegelijk. Dit is volgens onze maatstaven al veel tegelijk, maar ze blijken ook tegelijk af te moeten rijden. Hierbij hoeft maar een persoon daadwerkelijk te rijden, en als deze het goed doet, slaagt de hele groep! (ze hebben immers allemaal hetzelfde geleerd, zo is de redenatie!)
2) In Tibet bestaat een groot deel van de grond uit steen, waardoor het moeilijk is om er riolering aan te leggen. De goedkope oplossing is dan om een hutje te bouwen, dat zo’n 2 meter boven de grond staat. Die 2 meter wordt afgesloten en vormt zo een kleine beerput. Nu wil het echter nog wel eens vriezen in Tibet, waardoor alle uitwerpselen in een spitse punt opvriezen in deze beerput, waardoor de punt zelfs door de toiletpot omhoog kan uitsteken! Op zo’n moment gaat dus iemand met een kettingzaag de ontlastingspiramide omzagen! 🙂

Lange busrit naar Shigatse

Vandaag stond een lange busrit op het programma van Lhasa naar Shigatse. Een rit die volgens onze reisleider zo’n 7 uur zou gaan duren. Daarom stonden we op tijd op, zodat we allemaal om 8:30 in de bus konden zitten. Tijdens het ontbijt hebben we nog even de verjaardag van Gorge (een reisgenoot) gevierd met een stuk taart (of eigenlijk meer cake) van de lokale bakker. Met volle buiken en vol goede moed stapte we dus de bus in.
Het eerste stuk Lhasa uit, ging erg voorspoedig en al snel zaten we op smalle bergweggetjes. Deze moesten we ‘jammer genoeg’ nemen, omdat de normale snelweg tussen Lhasa en Shigatse compleet is afgesloten vanwege onderhoudswerkzaamheden. Op zich niet vervelend, want het leverde prachtige uitzichten op!
De mooiste delen van deze lange busrit waren toch wel de toppen van de 2 hoge bergpassen waar we overheen gereden zijn. Ik weet jammer genoeg de namen van de passen niet meer precies (die ga ik later wel opzoeken aan de hand van de GPS-coordinaten bij de foto’s), maar beide lagen ze in de buurt van de 5000 meter. Bij de eerste keken we uit op een prachtig blauw meer, en bij de tweede op een heuse gletsjer! Echt super gaaf om een gletsjer van zo dichtbij te bekijken.
Traditiegetrouw hebben we met de groep nog een gebedsslinger opgehangen bij het tweede punt, en hebben we met de hele groep een hele berg kleine gebedsbriefjes uitgestrooid (de lucht in gegooid). De reisleider heeft hier met mijn camera een paar foto’s van gemaakt. Deze lijken op het eerste gezicht wat aan de lichte kant, maar dat moet thuis met Photoshop wel te corrigeren zijn. Het is in ieder geval een erg leuke actiefoto geworden van de hele groep!

Niet alles aan deze busrit was echter leuk, zo duurde de totale reis bijna 10 uur (inclusief lunch), was de bergweg slecht onderhouden waardoor je regelmatig zat te stuiteren in de bus, en kreeg iedereen (inclusief ikzelf) last van een kleine blaas door het enorme hoogteverschil. We moesten dus regelmatig een plaspauze inlassen in de middle-of-nowhere, omdat er maar weinig dorpjes zijn langs die bergpas.
Onderweg zijn we nog wel even gestopt om langs het blauwe meer, dat ik hierboven noemde, te lunchen. De lunch bestond uit broodjes die klaar waren gemaakt door het restaurant waar we gisteravond hadden gegeten. De broodjes waren belegd met Yak-vlees (een Yak is een soort grote bergkoe die we tijdens deze rit geregeld tegenkwamen) of kaas en smaakten eigenlijk best goed. Tijdens de lunch hebben we ons ook nog even gewaagd aan een lokaal gebruik: langs het water een gebeds-toren bouwen van losliggende stenen.
Na dus ruim 10 uur onderweg geweest te zijn, kwamen we dan aan in de plaats Shigatse, de op een na grootste plaats van Tibet. Hier slapen we 1 nacht in het hotel hotel Manasarovar om morgen een klooster en een fort te kunnen bezoeken. Om 19:00 zijn we met de hele groep nog even gezellig uit eten gegaan bij een lokaal Chinees restaurant, waar we weer de beroemde ronde tafel met veel verschillende gerechten hebben gegeten. Daarna hebben we in de bar van het hotel nog even een Lhasa Beer gedronken om de verjaardag van Jorge in stijl af te sluiten en daarna is iedereen snel naar bed gegaan, want zo’n busreis is toch best wel erg vermoeiend!