Terugvlucht naar Nederland

Vanmorgen was het dan zo ver, we moesten echt weer terug naar Nederland. 🙁
Om 7:15 moesten de koffers al voor de kamerdeur van het hotel staan, zodat die alvast met een bagagebusje naar het vliegveld gebracht konden worden. Daardoor zat iedereen dus ook al vrij vroeg aan het ontbijt. Daar werden nog even snel de laatste emailadressen uitgewisseld, voordat we rond 8:00 met de bus naar het vliegveld van Beijing gebracht werden.
Op het vliegveld aangekomen bleek dat de meeste mensen al online ingecheckt hadden en dat ik ook nog eens achteraan de rij van onze groep bij de incheckbalie stond. Samen met Angela, die vlak voor mij stond en ook nog niet ingecheckt had, besloten wij om dan maar gezamelijk in te checken en zo te kijken of we dan nog bij elkaar konden zitten. Tot onze grote verbasing lukte dit zonder enige moeite. We kregen zelfs nog een stoel aan het raam ook!
Op weg naar de gate kwamen we een tafelvoetbal-tafel tegen, waar ik samen met Jorge, Willem en een Franse zakenman nog best een tijdje fanatiek op heb staan spelen (terwijl ik het spelletje nog nooit serieus gespeeld had). Voor we het wisten moesten we al boarden en terwijl Angela en ik door de sleurf liepen, zagen we een bordje met een pijl linksaf voor business-class + rijen 1 tm 15 en rechtsaf voor alle volgende rijen. Toen wij op ons kaartje keken, bleken wij dus op rij 13 te zitten, vlak achter de business class! We hadden schijnbaar automatisch Economy Comfort stoelen gekregen, omdat de rest van de Economy-class al vol zat. Als laatste inchecken heeft dus toch zo zijn voordelen! (meer beenruimte en een rustiger deel van het vliegtuig, doordat er minder mensen in dezelfde ruimte zitten) 🙂
Toen het vliegtuig net opgestegen was, kregen we ook nog even een prachtig uitzicht op de Chinese muur:

De rest van de vlucht verliep daarna heel snel. Ik heb een tijdje gezellig met Angela zitten praten en daarna heb ik de film The Karate Kit gekeken. Best grappig dat in de openingscene een aantal locaties in Beijing gebruikt zijn, die ik nu dus allemaal zelf gezien heb!
De terugvlucht duurde alles bij elkaar zo’n 9,5 uur en het vliegtuig lande zelfs nog iets eerder dan gepland (rond 15:00) op Schiphol. Bij de bagage-band hebben we met z’n allen afscheid van elkaar genomen, waarna ik met de trein terug naar Den Haag ging. Eenmaal op het perron aangekomen, bleek dat de sneltrein die ik wilde hebben was geannuleerd (het zal weer eens niet zo zijn!?!), maar gelukkig kwam 5 minuten later al een stoptrein die dezelfde route reed. Uiteindelijk was ik dus rond 17:00 weer in Den Haag en kon ik even snel mijn kat Spooky ophalen bij Nathalie (bedankt voor het oppassen!), om daarna languit op de bank neer te ploffen en de jetlag en alle geweldige indrukken van de afgelopen 18 dagen rustig op mij in te laten werken.
Dit was een vakantie om nooit meer te vergeten!

Zomerpaleis en afscheidsdiner

De laatste volle dag in China. De afgelopen 17 dagen zijn echt enorm snel voorbij gegaan! Om vandaag toch nog wat van China te kunnen zien, staat er deze ochtend een (optioneel) bezoek aan het Zomerpaleis op het programma. Dit paleis was vroeger de plek waar (o.a.) keizerin Cixi haar verkoeling zocht in de warme zomermaanden. De verkoeling wordt geboden door een enorm meer, waar langs een oever een lange wandelcorridor (overdekt houten wandelpad) is aangelegd. Elke houten balk van deze corridor is beschilderd met unieke afbeeldingen van een vogel en een lotusbloem. Daarnaast staan er natuurlijk meerdere oude verblijven en tempels op het terrein. Maar het bekendste ‘bouwsel’ op het terrein is toch wel de stenen boot die keizerin Cixi heeft laten bouwen tijdens een grootschalig renovatie/verbouwing. De boot representeert een onzinkbaar schip, een flauwe grap als je bedenkt dat de renovatie betaald werd met geld dat eigenlijk was bedoeld voor het vernieuwen van de Chinese vloot!

Keizerin Cixis Marble Boat in het Zomerpaleis

Met een dragonboot zijn we het meer overgestoken om ook nog even een kijkje te nemen bij de beroemde 17-bogen-brug.

17-bogen-brug bij het Zomerpaleis

Vanaf het Zomerpaleis werden we met de bus afgezet bij de Silk Market. Dit is een soort winkelcentrum met daarin allemaal kleine standhouders die allerlei kleding, sierraden en etenswaren verkopen. Voor ons zijn de prijzen echt super laag, maar je moet dan ook in je achterhoofd houden dat alles nep is! Daarnaast moet je ook echt op alles, maar dan ook ALLES, afdingen. Zo heb ik een horloge gekocht waar ze in eerste instantie 500 Juan voor vroegen. Uiteindelijk heb ik het horloge gekocht voor 180 Juan en hoogst waarschijnlijk is dat nog veel te veel! Na een tijdje wordt je het winkelen in de Silk Market ook wel zat, overal waar je langsloopt wordt je aangesproken of zelfs naar binnen getrokken om die ene speciale aanbieding te bekijken. De grap is alleen dat ze allemaal ongeveer hetzelfde verkopen, dus na 10 kraampjes met horloges, heb je ze echt allemaal wel gezien. En mocht het horloge dat jij graag wilt hebben er niet tussen liggen, dan lopen de verkopers net zo hard naar een bevriende buurman om het daar even voor je te halen! (dit werkt dus ook met tassen, schoenen, broeken, jassen, enz). De meeste vrouwen kunnen zich hier waarschijnlijk een hele dag (of misschien wel een hele week?!) vermaken, maar ik had het na 1,5 uur wel gezien. Samen met Jorge ben ik met een taxi teruggereden naar het hotel.

Vanaf het hotel zijn we rond 19:00 vertrokken (wederom met een taxi) naar een restaurant waar ze pekingeend op de menukaart hebben staan. Dit wordt op een traditionele manier bereid in een grote oven met hete kolen. Als de eend klaar is, krijg je die in reepjes gesneden op een bord op tafel. Je moet dan een stukje vlees in een klein pannenkoekje doen, met een beetje groente erbij en een sausje. Even wat anders dus dan de pekingeend die wij bij de Chinees in Nederland gewend zijn! Maar wel erg lekker. Alle gerechten waren sowieso erg lekker bij dit knusse restaurant, en de sfeer in de groep was ook erg goed.

Na het eten zijn we met z´n allen nog even naar de Bar Street gegaan om nog een laatste borrel te drinken. We kwamen uiteindelijk weer uit bij de bar The Tree, waar we gisteravond ook gegeten hadden. Hier hebben we tot bijna 2 uur ‘s-nachts gezellig zitten praten en drinken. Een hele mooie afsluiter van de dag en onze hele reis!

De Grote Muur

Vandaag is het dan eindelijk zo ver, we gaan één van de zeven wereldwonderen bezoeken: De Grote Muur (door veel mensen in Nederland ook wel De Chinese Muur genoemd)! We zijn ‘s-morgens om 8:00 vertrokken met de bus naar een stukje van de muur dat Mutianyu heet. Dit is een 3 kilometer lang stuk dat toegankelijk is voor het publiek, maar niet de meest populaire locatie is, omdat het wat verder rijden van Beijing is. De muur is in totaal ruim 6000 kilometer lang (!!!), maar maar enkele kilometers zijn toegankelijk voor het publiek. Hierdoor zijn sommige stukken dus erg populair en kan het zelfs volgens onze Chinese gids “very crowded” (erg druk) worden op sommige stukken; en als een Chinees het druk noemt, dan vinden wij het hoogst waarschijnlijk niet leuk meer! We kiezen dus express voor een wat rustiger stuk.

De Chinese Muur bij Mutianyu (in de buurt van Beijing)

De busreis duurde ongeveer een uurtje vanaf ons hotel (viel erg mee dus) en toen stonden we onderaan bij de ingang (De Muur is natuurlijk een monument, dus moet je toegang betalen). We konden kiezen of we met de trap omhoog gingen, of met de kabelbaan. De kosten voor de kabelbaan waren voor eigen rekening en aangezien het grootste deel van de groep de trappen nam, ben ik daar ook gezellig mee meegelopen. Het pad liep volledig onder bomen door, waardoor het lekker koel was, maar er ook nog niets van de muur te zien was. Gelukkig waren we binnen een half uurtje boven en stonden we opeens midden bovenop de Grote Muur! Ondanks dat het een beetje mistig was in de bergen rondom de muur, was het uitzicht erg mooi en kon je goed zien hoe de muur van bergkam naar bergkam liep en zo een afscheiding tot aan de horizon creëert. Echt erg indrukwekkend, vooral als je bedenkt hoeveel werk het moet zijn geweest om dit te bouwen en zelfs al om dit te bewaken (want daar diende de muur in eerste instantie voor, om aanvallen van de barbaren af te slaan). Samen met een groepje hebben we een redelijk stuk van de 3 kilometer afgelopen tot we niet verder meer mochten. Vanaf daar zijn we ook nog even van het uitgezette pad afgeweken om een paar voetstappen op het aller oudste deel van de muur te zetten (delen zijn op verschillende momenten gebouwd en sommige zijn ook nog gerestaureerd). Vanaf daar had je wederom een prachtig uitzicht op de gigantische muur. Deze tekst doet het eigenlijk geen eer aan, en ik ben bang dat zelfs de foto’s het beeld niet helemaal over kunnen brengen dat ik nu voortaan in mijn hoofd heb.

Nadat we bijna 2 uur op de muur hebben rondgelopen, was het tijd om terug te gaan naar de bus. Dit kon natuurlijk weer met de trap of kabelbaan, maar er was ook nog een leukere, commerciëlere manier: een rodelbaan. Volgens de Chinesen is dit de langste rodelbaan ter wereld. Geen idee of het klopt, maar ik vond hem in ieder geval erg leuk! Ik ben een heel lang stuk op volle snelheid naar beneden geraced, totdat iemand vanaf de kant begon te gillen “slow down” en ik door de bocht heen iemand stil zag staan. Dit was vlak voor het einde, dus van het langste stuk heb ik kunnen genieten.

Eenmaal terug op de parkeerplaats zijn we met de bus doorgereden naar een restaurant om te lunchen. Bij dit restaurant zat ook een fabriekje waar ze op traditionele manier Chinese vazen maakten. Natuurlijk ‘moesten’ we ook daar weer even rondkijken om onze gids wat extra provisie te laten verdienen. Het maken van een vaas was een erg bewerkelijk proces: binnenkant van ijzeren delen aan elkaar solderen, daarna beleggen met ijzerdraad om tekeningen uit te zetten, tussen de ijzerdraden opvullen met gekleurde klei, dit afbakken, de vaas polijsten en de uitstekende ijzerdraden wegwerken en daarna nog eventueel een laagje echt goud aanbrengen om accenten in de tekeningen aan te brengen. Je kan je dus wel voorstellen dat de prijs van een vaasje zelfs voor ons ‘rijke’ toeristen aardig hoog was. Volgens mij heeft niemand uiteindelijk iets gekocht, maar we hebben daarna wel lekker gegeten in het restaurant op dezelfde parkeerplaats.

Vanaf het restaurant zijn we doorgereden naar de Hútòng-wijk van Beijing. Dit is de oudste wijk van Beijing en voor een groot deel alleen toegankelijk met een riksja (een fietstaxi, waar 2 passagiers in kunnen). De wijk bestaat uit huizen die al meer dan honderd jaar oud zijn. Geen enkel huis in de wijk heeft een eigen toilet of douche, deze bevinden zich in wasruimten op straat. Alle straatjes zijn erg smal, de smalste zou zelfs maar 40 centimeter breed zijn! Voor ons komt dit over als een sloppenwijk, maar dat is het eigenlijk niet. Er wonen zelfs erg rijke Chinesen in deze wijk. Voor veel van hen is dit de enige manier om een beetje in het centrum van Beijing te kunnen wonen en voor anderen gaat het juist meer om de gemeenschap, want het komt wel echt over als een volksbuurt. Tijdens onze 1,5 uur durende rondrit zijn we gestopt bij een lokale markt, waar echt van alles verkocht werd: natuurlijk standaard groente en fruit, maar ook veel vlees (meestal ter plaatse voor je geslacht!). Eigenlijk de lokale supermarkt voor de Hútòng. Verder zijn we ook nog bij een familie in huis wezen kijken. Het hele huis was opgedeeld in een aantal kleine gebouwen, waar net als in Tibet, verschillende generaties wonen. De ligging van de kamers bepaalde wie daar sliepen, zo slapen de grootouders altijd in het noorden, want die zijn de toekomst. Vanaf het huisje van de familie zijn we doorgelopen naar de Drum Tower. In vroegere tijden fungeerde deze toren als een soort kerkklok die elke 2 uur de tijd aangaf via, je raadt het vast al, drumslagen. Nu worden er meerdere keren per dag nog drum ceremonies opgevoerd, voornamelijk voor de toeristen. Wij waren precies op tijd om zo’n ceremonie bij te wonen, en dat klonk erg indrukwekkend met de enorme drums die ze daar hadden staan!

Drumtoren in de Hutong-wijk van Beijing

Vanaf de Drum Tower zijn we met de bus naar het hotel gebracht en daar vandaan zijn we met de taxi naar het restaurant/bar The Tree gegaan. Hier hebben ze veel verschillende Europese biertjes en daarbij ook nog eens pizza! Dat ging er bij iedereen goed in. Van daaruit zijn we ook nog even het nachtleven van Beijing in gegaan (Temple Bar street). We kwamen uiteindelijk terecht in een kroeg met live muziek, een coverband die zowel Chinese als Engelse nummers speelde. Bij de Engelse nummers die we kenden hebben we met 8 reisgenoten ongegeneerd mee zit blairen, terwijl het bij de Chinese nummers verdacht stil bleef. 😉 Een gezellig avondje uit, dat door grote vermoeidheid van iedereen (inclusief mijzelf) al om 0:30 eindigde.

Aankomst Beijing

De treinreis ging eigenlijk erg soepel. Ik heb gisteravond even mee staan kijken bij een kaartspelletje “tjoepen” en daarna nog even mijn boek Schijnbeweging van Harlan Coben uitgelezen. Daarna ben ik lekker in slaap gewiegd door het deinen van de trein en vanmorgen werd ik rond 6:30 wakker toen een van mijn cabine-genoten zijn bakje koffie kreeg bezorgd. Stipt om 7:15 stonden we op het station Beijing West. Onze lokale gids Sandy was er ook al en bracht ons binnen een uurtje naar het Yong An Hotel, waar wij de komende 3 nachten blijven slapen. In het hotel mochten we nog even ontbijten en douchen, voordat we rond 10:00 aan onze eerste excursie begonnen.

Hall of Prayer for Good Harvest in Temple of Heaven Park

De eerste excursie was naar het Temple of Heaven Park (oftewel het park van de hemel). Dit is een enorm park (267 hectare!), wat midden in de enorme stad Beijing ligt. Zeg maar het Central Park (New York) van Beijing. Natuurlijk heeft dit Chinese park ook een culture betekenis, er staat namelijk een grote tempel: de Hall of Prayer for Good Harvest. Dit is een volledig uit hout opgebouwde ronde toren van 38 meter hoog, waarin 3 ronde daken (umbrella’s) zijn verwerkt. Als je bedenkt dat dit gebouw al in 1420 is gebouwd, moet dat een heel karwei zijn geweest.
Naast deze tempel is er ook nog een soort open auditorium van steen, de Round Altar, waar tot de goden gebeden werd voor een goede oogst. Overal in dit altaar komt het getal 9 terug, in het aantal stenen om het midden van het altaar, in het aantal traptreden enz. Negen wordt namelijk als een goddelijk getal beschouwd in China.
Naast al deze culturele hoogtepunten gebruiken veel Chinesen het enorme park er omheen ook gewoon daadwerkelijk als park; er wordt Mahjongg gespeeld in het gras, ze oefenen verschillende dans/vechtsporten en er stond een zangkoor te oefenen met een band. Kortom, als toerist genoeg om naar te kijken!

Vanuit het park van de Hemel, zijn we doorgereden naar het plein van de Hemelse Vrede (in Chinees het Tiãn’ãnmén Guangchang). Dit plein staat bij veel mensen bekend om de protesterende studenten die in 1989 door tanks werden overreden, maar het blijkt ook wereldwijd het grootste plein (in een stad) te zijn. Om op dit plein te mogen komen, moet je eerst door een scanner en een bagage-controle, net als op een vliegveld. Waar ze naar kijken is mij een raadsel, want meer dan een enorm groot plein is het niet. Aan de andere kant is het wel de ideale plaats voor een aanslag, want het is echt enorm druk op het plein. Naast handelaren en veel toeristen, komen er ook nog gewoon Chinesen die even naar het portret van Mao komen kijken.

poort van de Hemelse Vrede

Vanaf het plein zijn we via de poort van de Hemelse Vrede naar de Verboden Stad gelopen. Mijn voorstellingen bij deze Verboden Stad waren ‘iets’ aan de kleine kant, want dit complex is werkelijk enorm! Het werd lange tijd gebruikt door de keizers van China als vestigingsplaats. Hiervoor hebben ze binnen de muren van deze stad een kleine 50 gebouwen staan, van tempels tot vergaderzalen en kleine paleizen. We hadden maar 3 uur de tijd om alles te bezichtigen en dat was weer veel te weinig. Deze tijd hadden we al nodig om van voor naar achteren door de stad te lopen en dan alleen alle gebouwen te bekijken die in een rechte lijn tussen deze 2 punten stonden! Het was wederom erg indrukwekkend, maar ook erg vermoeiend. Na ruim 2 uur rondgelopen te hebben, neem je niet veel informatie meer op (terwijl onze gids onverstoord verder praatte!). Maar ik had het zeker niet willen missen!

Gelukkig stond de bus redelijk dicht bij de achter uitgang voor ons klaar en werden we weer even naar het hotel gebracht voor een opfris beurt. Daarna zijn we met de hele groep uit eten gegaan om de verjaardag van Bas te vieren. Het plan was in eerste instantie om naar een Chinees restaurant te gaan wat onze reisleider kende, maar eenmaal ter plaatse aangekomen met taxi’s, bleek het restaurant niet meer te bestaan en het nieuwe restaurant dat er zat had niet genoeg plek voor een groep van 18 mensen. De Black Sun Bar even verderop bleek wel genoeg plaats te hebben, en daar heb ik mij heerlijk volgegeten met een cheeseburger (en anderen hadden zelfs een pizza). Niet erg Chinees, maar samen met een lokaal biertje (Tsing Tao) wel een heerlijke maaltijd!