Veilig thuis

Aan alle goede dingen moet een eind komen, zo ook aan onze heerlijke vakantie in Australie. Na een reis van ruim 23 uur zitten we nu net weer veilig thuis bij te komen. We hebben heel veel gezien, heel veel gedaan en in totaal 5662 kilometer gereden in 3 weken tijd! We zouden natuurlijk nog veel langer in Australie rond kunnen rijden zonder ons te vervelen, maar aan de andere kant zijn we ook wel weer blij dat we zometeen lekker ons eigen bedje in kunnen duiken.
We hopen dat jullie met veel plezier onze verhalen gelezen hebben en iedereen is natuurlijk van harte welkom om binnenkort de foto’s te komen bekijken en de nog uitgebreidere verhalen aan te horen.
Bedankt voor al jullie reacties!

Cairns-Kuranda (28-11-2007)

Onze laatste volle dag in Australië. Zo’n dag ga je natuurlijk wel goed besteden. Daarom zijn wij naar Kuranda gegaan, dit is een bergplaatsje in de buurt van Cairns. Het plaatsje zelf is niet zo heel spannend, maar de manieren waarop je er naartoe kunt gaan wel. Er gaat namelijk een kabelbaan vanuit Cairns en ook een trein. Wij gingen ’s morgens eerst met de kabelbaan omhoog en aan het einde van de middag met de trein omlaag (dit is namelijk als combinatie te koop).
Kuranda SkyRailDe kabelbaan omhoog heet de Kuranda SkyRail en vertrekt vanuit Caravonica naar Kuranda. Deze kabelbaan is een van de langste in de wereld en duurt in totaal ook zo’n 50 minuten. Hierbij zweef je rustig over het oudste regenwoud ter wereld en maak je 2 tussenstops alvorens je Kuranda bereikt. Het eerste stuk ging steil een berg op en gaf een prachtig uitzicht op de zee en Cairns achter ons. We hadden zelfs het geluk dat we een hele cabine voor ons zelf hadden, doordat het vrij rustig was die dag. Bij onze eerste tussenstop moesten we uitstappen om over te stappen naar het tweede stuk van de kabelbaan. Om de toeristen daar te vermaken, hadden ze een korte boardwalk door het regenwoud gemaakt. Op zich een leuke korte wandeling, maar het stelde weinig voor in vergelijking met de boardwalks van gisteren in Daintree. Het tweede stuk van de kabelbaan was nog indrukwekkender dan het eerste, omdat je nu echt midden in de regenwoudvallei zat en daar middenin ook nog eens afkoerste op een flinke waterval Barron Falls. De tweede tussenstop lag op loopafstand vanaf de waterval, dus kon je er natuurlijk even een kijkje gaan nemen. Deze waterval was ongeveer even hoog als Wallaman Falls, alleen viel het water in een aantal etappes naar beneden. Desondanks een heel mooi gezicht. Hierna gingen we nog een klein stukje verder met de kabelbaan naar onze eindbestemming Kuranda.
Helmeted Friar Bird in Kuranda BirdworldKuranda ligt dus vrij hoog in de bergen en is grotendeels een toeristenattractie geworden nadat de goudkoorts begin 20e eeuw voorbij was. Zo’n beetje alles wat we daar gezien hebben was voor toeristen gemaakt. Bij het aankomstpunt van de kabelbaan was ook het treinstation waar we ’s middags weer mee terug zouden gaan. Maar eerst werden we met een klein busje naar het centrum gebracht, wat op nog geen 3 minuten van ons aankomst punt lag. In dat centrum zijn we eerst naar Birdworld Kuranda gelopen. Dit is een soort grote koepel waarin zo’n 50 verschillende soorten lokale vogels (en nog eens 50 soorten internationale vogels) vrij rondvliegen. Al direct bij binnenkomst had Nathalie een nieuw vriendje gevonden. Een of ander bruin langwerpig vogeltje met een lange zwarte snavel (de Helmeted Friar Bird voor de kenners), vond Nathalie d’r haar zo mooi dat hij direct op d’r hoofd ging zitten en aan d’r haar begon te trekken! Gelukkig kwamen er met ons nog meer toeristen binnen en ging het vogeltje daar ook op af, maar voor de zekerheid heb ik Nathalie maar even mijn petje gegeven. In de volière vlogen echt allerlei soorten vogels rond in alle kleuren. Vooral veel soorten papagaaien en parkieten, waaronder zelfs een Macaw (de naam van mijn bedrijf en ook de mascotte). Daarnaast hebben we hier ook eindelijk een echte Cassowary van dichtbij kunnen bekijken (zie foto). Het enige wat een beter jammer was, was dat alle beesten een beetje gestrest rondvlogen en daardoor dus ook op veel plaatsen iets uit hun achterste lieten vallen. Echt helemaal droog hielden we het dus niet.
Cassowary in Kuranda BirdworldNa Birdworld hebben we even een hapje gegeten en daarna zijn we naar de volgende toeristen attractie gegaan: Australian Butterfly Sanctuary. Wederom een koepel met daarin allerlei soort vlinders. In deze koepel hoefde je wat minder bang te zijn voor uitwerpselen en een vlinder heeft gelukkig ook geen langwerpige piksnavel, dus door deze koepel liepen we wat rustiger rond (ondanks de tropische temperatuur). Ook hier was het weer een regenboog aan kleuren en sommige vlinders hadden zelfs een spanwijdte die groter is dan je hand. Erg mooi om te zien dus!
A butterfly in KurandaNa de vlinders hadden we nog zo’n anderhalf uur over om terug te komen naar het treinstation en in te stappen voor onze Scenic Railway rit. Dit hebben we dus echt op ons gemak gedaan en we hebben op het treinstation in de schaduw ook nog even rustig een ijsje zitten eten. De trein stond al klaar met zeker 30 wagons, waardoor iedereen rustig in kon stappen (de trein rijdt maar 2 keer per dag heen en weer tussen Cairns en Kuranda). Wij bleken helemaal achterin de trein te zitten, en hadden zelfs ook hier weer 2 hele bankstellen voor ons zelf (waar normaal 8 mensen op zouden moeten zitten). De trein werd door een elektrische locomotief voortgetrokken, die helemaal handbeschilderd was met Aboriginal tekeningen. Erg snel ging het niet, maar we gingen dan ook dwars door de bergen en moesten uiteindelijk ook een flink stuk dalen. Onderweg kwamen we ook weer langs de waterval die we vanmorgen met de kabelbaan hadden gezien en ook deze keer mochten we weer even uitstappen om een foto te maken. Daarna reed de trein eigenlijk aan een stuk door naar het eindstation in Freshwater Station in Cairns. Onderweg kregen we op een televisie nog wat uitleg over de aanleg van het spoor en ook het ontstaan van Kuranda. Allemaal best interessant, maar de rit duurde wat mij betreft net iets te lang. Vaak reed de trein namelijk tussen twee stukken rotswand door, waardoor je eigenlijk helemaal geen uitzicht meer had. Maar in combinatie met de kabelbaan hebben we het regenwoud wel van alle kanten gezien!
Kuranda Scenic Railway
Gegeten bij: La Fontana – Cairns (We waren eigenlijk op zoek naar een pannenkoekrestaurant, maar die konden we niet vinden waardoor we op goed geluk bij deze Italiaan naar binnen gingen. Deze Italiaan bleek echter helemaal geen pizza’s te verkopen, dus waren we aangewezen op pasta gerechten. De maaltijden waren wel oké, maar we hadden allebei toch liever pizza gehad).
Geslapen in: Quality Inn Rainbow Southside – Cairns
Afgelegde afstand: 98 kilometer

Daintree Rainforest (27-11-2007)

De Dutchies (zoals wij liefkozend worden genoemd door de Australiërs) brachten vandaag een dag door in het regenwoud. Boven Port Douglas ligt Daintree Rainforest, een prachtig natuurgebied. Om daar te komen moet je met de auto een paar minuutjes met de ferry om aan de andere kant van het water te komen.

In diezelfde rivier varen ‘rondvaartboten’ die hun tochten aanbieden voordat je bij de ferry aankomt. Wij wilden wel met zo’n boot mee om op die manier al een stukje jungle te bekijken (en stiekem hoopten we ook krokodillen te zien zwemmen). We konden kiezen uit diverse boten en besloten met de Solar Whisper mee te gaan, een stille, niet al te grote boot. Veel beter dan de vreselijk uitziende toeristen trein die door het water ging! En nog beter werd het toen er geen andere toeristen kwamen opdagen (het was erg rustig) en we een privé-toer kregen van een echte local! (hij woonde al 16 jaar op een enorm stuk grond in een huis zonder muren…)

De tocht begon slecht toen onze gids vertelde dat dit eigenlijk een slechte periode was om krokodillen te spotten, want ze bleven onder water, omdat de temperatuur daar beter was dan boven het water. En het was ook nog eens broedseizoen. Maar op een gegeven moment sjeesden we naar de andere kant van de rivier; er was een krokodil gespot! En ja hoor, een hele grote, oude, eentje zonder tanden, maar wel een echte krokodil. Scarface was zijn naam en hij liet zich meedrijven met de stroming en ging voor zijn doen volgens de locals echt snel vooruit.
Krokodil in het waterBij deze ene krokodil is het gebleven, maar verder hebben we ook nog genoeg andere beesten gezien die onze gids met een groene laserlamp voor ons ‘aanwees’ tussen de bomen. Wij konden dan vervolgens weer met een verrekijker het beest beter bekijken. Gigantische slangen zitten er en ook bomen vol met gigantische vleermuizen. Onze boottocht duurde ruim een uur en we hebben gezellig gekletst met de local over de natuur, verschil met Nederland (drugsbeleid natuurlijk), de verkiezingen die afgelopen weekend geweest zijn in Australië (deze man was blij met een nieuwe premier). Toevallig had hij ook een vriend in Nederland, Willem in Amsterdam, waar hij hele verhalen over had. Erg leuk tochtje gehad dus.

Daarna met de veerboot (ferry) naar de overkant. Tot aan Cape Tribulation is de weg verhard en dus konden we een flink stuk het woud inrijden. In het park is van alles te doen en te zien. Er zijn ook verschillende boardwalks. Wij begonnen me de Dubuji boardwalk, een flinke wandeling (zeker met het zweterige klimaat hier!). Maar het was het waard. We hoopten een cassowary (soort struisvogel) tegen te komen, want je wordt langs de weg heel vaak gewaarschuwd met borden voor deze beesten, maar helaas.
Daintree RainforestWel kwamen we andere beesten en insecten tegen. We liepen bijna op onze tenen om geen geluid te maken en keken bij elke beweging of geluidje om ons heen. Op een gegeven moment hoorden we weer wat. Het leek wat groots, maar we zagen niets (kan natuurlijk ook gewoon de wind zijn of een vogeltje), tot Rogier naar beneden wees. Op de grond , heel vlakbij, lag een slang! Op dat moment gaat je hart dan wel even tekeer moet ik zeggen. Het was een flinke slang van anderhalve meter lang ongeveer (geen idee welke het precies was). Omdat hij bewoog en heel dicht bij onze boardwalk was, hebben we heel even gewacht met doorlopen. Daarna toch maar snel verder gegaan, maar prettig loop je er niet voorbij, want je hoopt toch wel dat ie blijft liggen en niet ineens naar je voeten grijpt haha).

Na onze wandeling hebben we een bezoek gebracht aan het Bat House. Onze gids van de boot had al verteld (toen we de vleermuizen in bomen zagen) dat er een speciaal huis was voor ze. In het Bat House worden de flying foxes met de hand (en met een flesje melk) groot gebracht. Het zijn heel aanhankelijke beesten, ze hangen het liefst de hele dag in je kleren en vinden het fijn om geaaid te worden. Wij mochten ze niet aanraken (niet dat ik echt de behoefte had), want ze dragen wel ziektes bij zich. Schattig zijn ze wel, maar ze worden uiteindelijk ook echt wel heel groot!
Baby Flying FoxNa de vleermuizen was het tijd voor een ijsje bij de Daintree Icecream Company. Best lekker met het warme weer, maar het ijs was nogal apart (biologisch zeg maar). Daarna waren we wel weer genoeg afgekoeld om nog een boardwalk te doen. In het park staat het discovery centre en daarin heb je ook een grote uitkijktoren en verschillende boardwalks. Wij wilden daar wel eens een kijkje nemen, maar toen we de toegangsprijzen hoorden (zelfs nadat ons een reductie werd aangeboden omdat ze bijna gingen sluiten) zijn we weg gelopen. Ze konden ons niet eens vertellen wat we nou precies te zien gingen krijgen! Dan deden we wel weer gewoon een gratis boardwalk, die is nog veel spannender. Vlakbij lag Jindalba Boardwalk. We waren door onze gids getipt om daar aan het eind van de middag doorheen te lopen, omdat dan alle dieren weer wakker werden. Misschien waren we nog iets te vroeg, want het was tamelijk rustig in dat stukje oerwoud. We hebben wel veel krabben gezien, maar verder weinig spannende avonturen beleefd.

Gegeten bij: Chez Nathalie en Rogier (in eigen keuken een magnetron maaltijd klaargemaakt)
Geslapen in: Central Plaza – Port Douglas
Afgelegde afstand: 174 kilometer

Port Douglas dag 2 (26-11-2007)

De planning voor vandaag was simpel, we worden om 8:00 bij ons resort opgehaald door een busje, dat ons afzet in de haven van Port Douglas en vandaar uit gaan we met de boot naar The Great Barrier Reef om lekker een dagje de onderwaterwereld van Australië te bewonderen. Zo gezegd, zo gedaan. Het busje kwam netjes op tijd en wij vonden het eigenlijk wel een keer lekker om niet zelf te moeten rijden. De haven bleek echter nog geen 5 minuten van ons hotel te liggen (Port Douglas is niet zo groot), dus we waren er al snel. Daarna moesten we nog even betalen bij een kleine winkel van de maatschappij HABA waarmee we hebben gevaren en toen mochten we naar de boot.
HABA bootBij het schip aangekomen moesten we allemaal onze schoenen in een grote kist gooien alvorens we aan boord mochten (waarschijnlijk om de boot schoon te houden). De boot was een catamaran (2 drijvers in het water) met daar bovenop een open achterdek en aan de voorkant twee geairconditionde ruimtes. Wij mochten beneden een plaatsje uitzoeken en al snel voer het schip uit. Tijdens het vertrek kregen we even een kort praatje van de kapitein en die verzocht iedereen die last had van zeeziekte even een pilletje in te nemen bij de kantine. Maar aangezien het water heel rustig was, vonden Nathalie en ik dat niet zo nodig. Hoe verder we echter de zee opkwamen, hoe meer de boot begon te deinen. Zowel Nathalie als ik waren blij toen we eindelijk stopte bij de eerste snorkel- en duikplaats. Aangezien wij gekozen hadden voor snorkelen, kregen we nog even een korte uitleg hoe het masker, de vinnen en (niet geheel onbelangrijk) de snorkel werkt. In plaats van direct het water in te gaan, kregen we eerst nog een kleine rondvaart met een kleine sloep met een glazen bodem. Het idee was wel aardig, want op deze manier kreeg je tenminste ook nog een kort verhaaltje bij wat je zag, maar de uitwerking vonden zowel Nathalie als ik wat minder. Ten eerste zag je zelf nooit precies hetzelfde als wat de bestuurder van de boot zag, omdat wij met een heel andere hoek door het glas keken. Hierdoor kreeg je soms verhalen over beesten of koraal te horen, wat je niet kon plaatsen omdat je het gewoon domweg niet gezien had. Verder dreef je met de sloep maximaal een meter boven het koraal, waardoor je aardig zeeziek kon worden als je volcontinue door het glas naar beneden bleef kijken. Gelukkig duurde de rondvaart maar iets van 10 minuten en mochten we daarna snel het water in. Alleen moesten we eerst nog even een dun wetsuite aantrekken dat ons moest beschermen tegen eventuele (dodelijke) kwallenbeten.

In eerste instantie voelde het water nog best koud aan, maar volgens de kapitein was het toch echt zo’n 28 graden. Je kunt dus wel nagaan hoe warm het buiten was als water van 28 graden al koud aanvoelt! Eenmaal in het water bleken we echt midden boven een enorme stuk koraal te zijn gestopt. Vanaf het moment dat ik mijn masker onder water stak zag ik direct allerlei soorten gekleurde vissen en de meeste zwommen gewoon om je heen of rakelings langs je handen en masker. Echt onbeschrijfelijk hoeveel verschillende soorten vissen en koraal we daar zagen en hoe heerlijk ongestoord al die vissen hun gang gingen. We hebben alles bij elkaar ongeveer een uur in het water rond gedobberd en waren toen nog steeds niet uitgekeken. Maar toen we om ons heen keken waar alle andere snorkelaars waren, kwamen we tot de conclusie dat wij met nog maar 2 anderen overgebleven waren en de rest allemaal al weer op de boot zat om van de gratis lunch te genieten. Dus toen voelden wij ons ook wel een beetje verplicht om eruit te komen. Toen wij net weer goed en wel aan boord waren en ook de andere twee uit het water waren, vertrok de boot naar de tweede en laatste locatie voor die dag. Ook daar mochten we weer heerlijk snorkelen en ook daar kwamen we weer als een van de laatste het water uit. De vis die mij het meest bijgebleven is, is de Maori Wasse (de tweede vis op deze link). Ongeveer een meter lang en nog zo’n 40 centimeter hoog. Echt heel imposant om zo’n vis op 2 meter afstand onder je door te zien zwemmen.

Toen we deze snorkeltocht boekte zaten we nog te twijfelen of we er een proef-duikles bij zouden nemen. Maar aangezien Nathalie haar eerste snorkelactie op Hamilton Island een paar dagen geleden nogal wennen was en ik in Griekenland ooit een wat mindere plezierige oefenduik had gedaan, hadden we besloten om in ieder geval op de eerste locatie te gaan snorkelen. Als dat ons zou bevallen zouden we nog wel proberen of we op de tweede locatie ook mochten duiken. De eerste en tweede locatie bleken echter niet zo ver uit elkaar te liggen en we moesten toch minimaal een video van een half uur kijken om de proefduik te mogen uitvoeren. Kortom, er was niet genoeg tijd om alsnog een proefduik te mogen doen. Ergens wel een beetje jammer, want de locaties waren echt heel mooi. Aan de andere kant hebben we met het snorkelen ook alles heel goed en rustig kunnen bewonderen en hebben we er zeker geen spijt van dat we gegaan zijn. In tegendeel zelfs, we hebben een heerlijke dag gehad! En dat terwijl het weer vandaag aardig bewolkt was. Als je ooit in de buurt van The Great Barrier Reef komt, moet je echt een keer gaan snorkelen of duiken. Ik ben er van overtuigd dat de onderwater-kenners dit niet voor niets één van de mooiste plekken ter wereld noemen!

Gegeten bij: Chez Nathalie en Rogier (in eigen keuken een magnetron maaltijd klaargemaakt)
Geslapen in: Central Plaza – Port Douglas
Afgelegde afstand: 0 kilometer (we werden opgehaald en teruggebracht naar ons resort)

Port Douglas dag 1 (25-11-2007)

Het eind van onze reis komt in zicht. We vliegen vanaf Cairns weer terug naar Nederland en vandaag zijn we die stad voorbijgereden. We willen namelijk nog even niet denken aan terug naar het vriespunt 😉 De temperaturen lopen hier op, over de 30 graden en we zweten ons te pletter (ik heb nog maar eens een extra was gedraaid).

De komende dagen blijven we in Port Douglas. Vanaf daar gaan we snorkelen/duiken en naar het Daintree regenwoud. Vandaag was het dus vooral een kwestie van rijden tot we in deze havenstad kwamen. We hebben nog wel een tussenstop gemaakt in Mission Beach. Daar ligt een stuk regenwoud langs het strand. Mooi om te zien, zeker een aanrader om even te stoppen. Ook nog een stuk gelopen en omdat we er vrij vroeg waren hadden we het hele strand voor onszelf!
Mission BeachIn Port Douglas zijn we een flinke tijd bezig geweest naar het zoeken van een betaalbare, maar leuke accommodatie. Het laatste motel waar we sliepen had geen internetverbinding en dus konden we helaas niet vooruit boeken of überhaupt een motel opzoeken. Onze boekjes hadden wel 1 heel motel in de aanbieding (wat niet veel is dus). Veel motels zijn hier inderdaad niet, wel stikt het van de resorts. En aangezien wij wel even toe waren om onze laatste dagen ontspannend in een resort door te brengen, gingen we dus op zoek naar een betaalbaar resort. Na wat zoekwerk zijn we uiteindelijk terecht gekomen in Central Plaza (even lekker maken: niet alleen een redelijk groot zwembad buiten in de zon, maar binnen in ons eigen appartement ook een jacuzzi, een groot bed, grote woonkamer, een keuken met oven/magnetron en vaatwasser en gewoon een wasmachine, joepie!). Gek genoeg is het qua prijs om het even met de budgetmotels die wij nemen. Als je daar het uit eten gaan bij optelt dan komen we op ongeveer dezelfde prijs uit als het resort. Dus we blijven hier wat langer! En eindelijk kunnen we zelf weer eens wat koken!

Maar voor deze avond maakten we een uitzondering. We waren op zoek naar een supermarkt die op zondagavond nog open was, maar helaas. Er zijn wel winkels open in Cairns en Port Douglas op zondag, maar die gaan om 18 uur dicht. We waren te laat. Dus reden we een beetje op de goede gok rond en toen zagen we een restaurant waar we al een tijd naar op zoek zijn; eentje waar je kangoeroe kan eten! En dat was niet het enige, op het menu stond een bbq platter (wat inhield dat je vier spiesen kreeg) met kangoeroe, krokodil, emu en barramundi. Sorry voor de vegetariërs onder jullie, maar het smaakte allemaal erg goed! Onze eetmissie is voltooid 🙂

Gegeten bij: Apres Beach Bar & Grill – Palm Cove Cairns
Geslapen in: Central Plaza – Port Douglas
Afgelegde afstand 385 kilometer

Cardwell (24-11-2007)

Tussen Arlie Beach en Cairns in liggen niet zo heel veel plaatsen. Aangezien het stuk te ver is om in één keer te rijden, betekent dit voor ons dat we wat meer ons best moeten doen om een motel te vinden waar we kunnen overnachten. We kozen als eindbestemming Cardwell omdat we daar 2 motels van hadden gevonden in een boekje. Op weg daar naartoe kwamen we echter eerst langs de Wallaman Falls die we nog even wilden bezichtigen. Dit ‘even’ bleek echter wel iets langer te duren, want vanaf de highway waar we op zaten was het maar 50 kilometer rijden tot aan de falls volgens het bordje. Dit zijn echter natuurlijk geen snelweg-kilometers, maar onvervalste smalle zigzag bergweggetjes! Kortom, daar doe je al snel een uur over. Als er dan ook nog eens halverwege koeien midden op de weg staan en de weg gewoon weer lekker overgaat in een gravel weg, dan begrijp je dat de rit naar de falls toe al een hele beleving was.

Bij de Wallaman Falls aangekomen (in Girringun National Park), waren we echter toch wel heel blij dat we dit stuk omgereden waren. De Wallaman Falls is namelijk de hoogste waterval van Australië waarbij het water in één val 268 meter naar beneden valt! In de tegenstelling tot de grote pech die we in Amerika hadden met een opgedroogde waterval, was deze redelijk goed voorzien van vallend water. Vanaf het uitkijkpunt er recht tegenover (met de auto dus bereikbaar) leverde dit een erg mooi uitzicht op.
Rogier en Nathalie bij de Wallaman FallsNa hier even uigerust te hebben en tot de conclusie gekomen te zijn dat de wandeling naar de onderkant van falls van zo’n 5 uur toch echt te ver was, zijn we (jammer genoeg) via dezelfde weg weer teruggereden naar de highway. Via de highway kwamen we aan in Cardwell, wat niet veel meer bleek te zijn dan een lange dorpsstraat! De 2 motels die wij gezien hadden, zaten tegenover elkaar en deden beide ook tegelijkertijd dienst als camping. Verder had Cardwell een benzinestation, een houten postkantoor en wel één buurtsupermarkt en dat had je het wel gehad. Kortom, niet een erg spannend stadje om te stoppen. Maar goed, ons motel bleek wel weer uitzicht te hebben op het strand en we hoefden er maar één nacht te slapen, dus voor ons doel was het goed genoeg.

Overnacht in: Cardwell Village Beachcomber Motel & Tourist Park – Cardwell
Gegeten bij: restaurant van Caltex benzinestation; er was echt geen normaal restaurant te vinden, dus uiteindelijk hebben we 2 pizza’s bij het benzinestation gehaald en deze in ons motel opgegeten. Afgelegde afstand: 489

Whitsunday Islands (23-11-2007)

Soms is onze timing per ongeluk heel perfect. Dat we uitgerekend op mijn verjaardag een boottocht langs de Whitsundays (74 eilandjes langs de oostkust van Australië) zouden maken, had ik niet van te voren durven hopen. Leuk was het zeker!

We hadden onze boottocht eergisteren via internet geboekt (toch handig als we een motel hebben met wireless internet). De keuze is reuze! En vooraf boeken werd aangeraden, maar het was niet echt nodig vandaag. Misschien dat het in het weekend drukker is? Nu gingen we op vrijdag. Maar goed, genoeg keus. Verschillende touroperateurs bieden ook nog eens heel verschillende tochten aan. Eén dag, drie dagen, met snorkelen, met duiken, met lunch,met kamperen, etc. Je kan het zo gek niet bedenken. Wij wilden het simpel houden. Snorkelen/duiken willen we vanuit Port Douglas doen (over een paar dagen) en dus hoefde dat er nu niet van ons bij te zitten. Een meerdaagse cruise zien we vanwege ons ‘schema’ naar het eindpunt niet lukken en eigenlijk vinden we sowieso een dag varen wel genoeg. We hadden langs de snelweg verschillende reclameborden gezien van Fantasea en op hun site hebben we uiteindelijk onze boottocht geboekt.

Onze tocht bestond uit 1 dag met tussenstops op 3 eilanden om die te verkennen: 3 Island Discovery Cruise. Erg geslaagd mogen we wel zeggen! We vertrekken ’s morgens om half 9 vanuit de haven Shute Harbour (in Airlie Beach). Het was nog redelijk bewolkt die dag, maar het trok snel genoeg weg toen we op ons eerste eiland waren aangekomen: Long Island. Het grootste eiland van de drie die we bezochten. Onze gids gaf ons een paar tips wat we konden doen of zien hier en vertelde ook wat over de geschiedenis van het eiland. Daarna waren we vrij om te gaan en staan waar we wilden. Het was nog erg vroeg, dus ook erg rustig op het strand. Dat voelt echt heel raar, alsof zo’n eiland bijna alleen van jou is. We hebben wat rondgelopen tot we moe werden en een hangmat zagen hangen. Dat eens uitgeprobeerd (ligt best lekker) en daarna op het strand wat gegeten en gedronken.
Rogier in hangmatDe volgende stop was op Daydream Island, het kleinste eiland van de drie de we bezochten. Het eiland is maar 1 kilometer lang! Je zou het zo rond kunnen lopen dus. We hebben wel aardig wat rondgestapt, maar door de hitte zijn we op de terugweg ook een deel met een buggy meegereden (pendelbusjes die op de eilandjes op en af rijden). We mochten ook gebruik maken van de faciliteiten van de resorten op het eiland en dat lieten we ons geen tweede keer zeggen toen we een overheerlijk groot zwembad zagen liggen. En zo hebben we onze tijd op dit eiland gevuld.

Na weer een lekker stuk gevaren te hebben kwamen we aan op het laatste eiland: Hamilton Island, de meest commerciële. Ik had van te voren al gelezen dat dit ook het eiland was waar de meeste activiteiten te doen waren. Ik wilde al een tijd graag op een jetski varen (had ik bedacht onderweg naar Surfer’s Paradise, aangezien Rogier al eens had gesurfd op Hawaii leek het me leuker om iets te doen wat we allebei nog nooit hadden gedaan). Dus wij het eiland over naar het strand waar jetski’s werden verhuurd (voor de hotelgasten overigens gratis). Het is jammer dat er niemand een foto van ons gezicht heeft genomen toen we op het strand aankwamen, want wat waren wij teleurgesteld! Het was hartstikke eb, dus je moest een gigantisch eind lopen voordat je echt in de zee stond.
Strand 's middags op Hamilton Island Op het bord stond dat je alleen ’s morgens kon jetskiën. Het stomme was dat we op de vorige twee eilanden ook jetski’s konden huren, maar dat we besloten om dat tot het laatste eiland te bewaren. Doodzonde dus. Maar goed, we lieten ons niet uit het veld slaan, we hadden even geen zin om het eiland over te lopen (is ook te groot en veel te heuvelachtig om te beklimmen in de hitte) of in het zwembad te duiken, dus besloten we te gaan snorkelen. Dat kon wel ’s middags. We moesten een flink stuk lopen voordat het een beetje diep werd. Daarna de flippers aan en duikbril op. Ik had nog nooit gesnorkeld, Rogier wel. Ik vond het erg lastig en heb veel zout water binnen gekregen. Adem halen door een pijpje, wie heeft dat nou weer bedacht! Ik heb erg lang zitten/liggen stuntelen in het water voordat ik het aandurfde om boven het koraal te hangen. En ik zag niets! Haha. Ja, uiteindelijk 1 vis gespot (Rogier heeft er meer gezien). En toen had ik er genoeg van. Dit was niet de place to be. Veel te veel mensen die aan het snorkelen waren waardoor het water troebel werd. Toch een aparte ervaring hoor en heb me wel vermaakt. Maar ik weet niet zeker of ik wel wil duiken in Port Douglas… misschien moet ik gewoon nog een keer proberen te snorkelen op een betere plek voordat ik snap wat iedereen er zo geweldig aan vindt.

Om een lang verhaal kort te maken: het was een leuke, gezellige dag. Ons favoriete eiland was nr. 2 (Daydream Island). We hebben af en toe echt het idee gehad (omdat het niet druk was) dat we een eilandje voor onszelf hadden. Nadat we met de boot weer waren aangekomen in Shute Harbour zijn we nog het centrum van Airlie Beach ingereden en hebben daar een hapje gegeten buiten op het terras.

Gegeten bij: Jamaica Joe’s
Overnacht in Ocean View motel in Airlie Beach (met ook echt uitzicht op de Oceaan!)
Afgelegde afstand: 185 kilometer (naar de haven en terug van ons motel)

Van Rockhampton naar Airlie Beach (22-11-2007)

Krokodil op Koorana Crocodile FarmVandaag staat eigenlijk weer een flinke rit op het programma, maar voor de afwisseling gaan we eerst even een krokodillenboerderij bezoeken, die in de buurt van Rockhampton ligt: Koorana Crocodile Farm. Na toch stiekem nog een vrij lange rit, komen we ergens via een gravel weg aan bij de boerderij. Dit is officieel de eerste boerderij die door de staat Queensland is toegestaan en is begonnen met maar 3 krokodillen (geen alligators, want die leven niet in Australië, krijgen we later te horen). Inmiddels zitten er ruim 3000 krokodillen, die allemaal gevoed en gefokt worden voor hun leer en hun vlees. Speciaal voor de toeristen hebben ze een rondleiding georganiseerd met een gids die een aantal verhalen en wetenswaardigheden vertelt. Het overgrote deel van de tour bestaat uit een aantal vijvers aan de voorkant van het terrein, waarin een aantal krokodillen zitten. Om ze uit hun vijver te lokken, krijgen ze tijdens elke (toeristen)tour die er gegeven wordt een stuk kippenvlees. Lang niet alle krokodillen blijken vandaag echter honger te hebben, want maar 2 van de 8 nemen echt de moeite om het stuk vlees te komen halen. Jammer genoeg is het hek waarachter de toeristen moeten staan niet zo heel breed en wij hebben vandaag het ‘geluk’ tegelijk met een hele basisschool de tour van de farm te mogen doen, dus uiteindelijk zien en filmen/fotograferen we niet zoveel als we gehoopt hadden. Na bij de laatste vijver vergeefs gestaan te hebben, was de tour min of meer afgelopen en werden we allemaal mee teruggenomen naar de ontvangstruimte/restaurant. Hier bleek de tourgids klaar te staan met een jonge krokodil, die we allemaal even vast mochten houden. Aan de ene kant ben ik er fel op tegen dat ze dit met zulke dieren doen; in het koala park waar we geweest waren, werden de dieren echt uit hun slaap gehaald om maar even met een toerist op de foto te moeten. Hier worden dieren echter gefokt voor hun vlees en huid, dus op de een of andere manier is het vergelijkbaar met het op de foto gaan met een koe bij een boer… Kortom, ik wilde toch wel even voelen hoe zo’n jonge krokodil aanvoelt. Eigenlijk viel het gewicht mij best tegen, het lijkt zo’n klein beestje, maar hij is toch best zwaar. Verder voelt hij heel ruw aan, echt een beetje als leer eigenlijk. Verder heeft zelfs zo’n kleine krokodil ook al een flinke bepantsering in zijn huid zitten en dat voel je ook goed als je hem vast houd (allemaal harde stukken in zijn staart en in zijn nek). Al met al een hele leuke ervaring en een leuke afwisseling voor het lange rijden.
Rogier met een krokodil in zijn handen!Want de afstand die we daarna af moesten leggen viel niet mee. We moesten zo’n 400 kilometer naar het noorden rijden om bij Airlie Beach in de buurt te komen. Dit ging weer over de gebruiker 1-baans ‘snelweg’, dus we deden er uiteindelijk ruim 6 uur over. Eenmaal in de buurt van Airlie Beach aangekomen, gingen we op zoek naar het hotel wat we geboekt hadden. De straatnaam die we via de email binnen hadden gekregen van de reserveringswebsite Roamfree, bleek echter helemaal niet in Tomtom voor te komen. Aangezien we dit toch wel erg vreemd vonden hebben we uiteindelijk met het motel gebeld om te vragen waar ze nu precies zaten. Dit motel bleek zelfs helemaal niet in Airlie Beach te zijn, maar in het stadje Bowen zo’n 50 kilometer te noorden van Airlie Beach! Beetje jammer dat we dat niet vooraf hadden gezien toen we het motel boekte, want nu moesten we nog weer een half uur verder rijden en moeten we morgen hetzelfde stuk weer terugrijden om met de boot naar de Whitsundays te kunnen.

Gegeten bij: Red Rooster (een kloon van Kentucky Fried Chicken – KFC, en een van de weinig ‘restaurants’ die ’s avonds om 20:00 nog open was; of iig iets wat wij in het donker nog konden vinden in een onbekende stad).
Afgelegde afstand: 599km

Rockhampton (21-11-2007)

Eigenlijk waren we best moe na leuke, maar vermoeiende dag gisteren. We hadden vandaag dan ook niet veel op het programma staan, behalve een stuk rijden. We zien het landschap steeds meer veranderen. We komen steeds meer stukken weiland tegen en minder bomen. Ook zijn de bomen minder groen en in plaats van bananenbomen staat dit stuk bekend om de suikerrietteelt.
De snelwegDe weg die we volgen komt door steeds minder dorpjes, en dat merkten we in de grote stad waar we aankwamen: Rockhampton. We kwamen daar voor ons doen heel vroeg aan, rond 2 uur ’s middags. Dat betekent meestal dat er overal nog genoeg motelkamers vrij zijn, maar hier kwamen we het ene na het andere bord met ‘no vacancy’ tegen. De volgende grote stad ligt nog zo’n 6 uur rijden verder, dus ik begon ‘em even te knijpen. We pakten onze boekjes erbij met budgetmotels en hebben er een paar afgereden (zonder succes) tot we er eentje tegenkwamen waar nog plek zou zijn. En inderdaad, er was een kamer vrij. Er was weliswaar net tapijt gelegd die ochtend dus het zou nog stinken, maar wij namen het voor lief. Aan het begin van de avond was ook ons motel volgeboekt.
Nog wel even flink wat kilometers rijdenGegeten bij: Hogs Breath Cafe in Rockhampton (een heel fout uitziend grill-restaurant, maar het eten was oke. En het toetje dat we deelden nog veel beter: een gigantisch grote bak, denk aan een viskom, vol met ijs, marsmellows en brownies. We kregen het maar net op)
Afgelegde afstand: 405 km
Overnacht in Motel Lodge – Rockhampton

p.s.: bedankt voor de sms’jes, mailtjes, kaarten en berichtjes hier op de site en op Hyves. Mijn verjaardag hier zit er bijna op. Steekwoorden voor vandaag waren: boot, strand, hangmat, zwembad, snorkelen. Allemaal heel naar 😉 Uitgebreid verslag volgt nog (we lopen nog wat achter met de blogs… ik zal Rogier vragen het voortaan korter te houden 😉 )

Fraser Island (20-11-2007)

Het is groot, heeft 4 wielen en kan op Fraser Island rijden; dat moet een 4×4 zijn, want normale wegen kennen ze daar niet! Nathalie en Rogier gingen het wereldberoemde zandeiland voor de kust van Australië verkennen met een gehuurde jeep. Maar eerst moesten we er nog komen, daarvoor moet je met een boot vanaf Harvey Bay naar Fraser Island varen, alleen heb je daar weer verschillende mogelijkheden voor. Er is een passagiersboot die het redelijk snel doet (50 minuten) of een wat langzamere ‘barge’, waar ook voertuigen op mee kunnen. De eerste is weer goedkoper, maar het duidelijke nadeel is natuurlijk dat je op het eiland zelf weer voor vervoer zult moeten zorgen. Gelukkig vonden wij na een lange speurtocht op internet het bedrijf genaamd Aussie Trax 4×4 Rent, die een zogenaamde “Longest Day”-arrangement aanbied. Hierbij vaar je met de snelle passagiersboot vanuit Harvey Bay naar Fraser Island en staat er op het eiland een jeep voor je klaar. En het arrangement heet niet voor niets de “longest day”, want je vertrekt al om 6:30 vanuit Harvey Bay en vertrekt pas ’s avonds om 20:00 weer vanaf Fraser Island. Klinkt als een mooie lange dag om het eiland te bezoeken, alleen werd deze dag voor ons nog iets langer omdat we niet een motel in Harvey Bay hadden, maar in Maryborough en dat is toch al snel 45 minuten rijden! Kortom, we zijn op onze vrije dag al om 4:15 uit bed gekomen (en zelfs dan is het al akelig licht hier) om op tijd in Harvey Bay te kunnen zijn; dat voelden we goed ’s avonds.

Maar goed, we stonden netjes op tijd in de haven bij de incheckbalie en daar kregen we door alleen maar te zeggen dat we via Aussie Trax een arrangement geboekt hadden, zonder enige naam te noemen of iets te checken 2 boarding passes voor de ferry. Hier in Australië doen ze niet zo moeilijk om te kijken of je überhaupt wel iets betaald of gereserveerd hebt; no worries mate! Dus wij netjes naar de pier om op onze boot te wachten. Deze bleek zelfs al klaar te liggen, alleen waren ze nog niet begonnen met instappen. Wel zagen we druk mannetjes heen en weer lopen over de boot en allerlei luiken openen en dichtgooien. Na ruim een half uur wachten mochten we dan toch eindelijk aan boord en bleek dat er een mechanisch defect ergens was, maar dat ze toch maar gewoon gingen varen! Wederom, ‘no-worries-mate’! 😉

Gelukkig ging de overtocht zonder problemen en al snel stonden we op Fraser Island. Op de plattegrond die we van Aussie Trax hadden gehad, stond aangegeven hoe we naar het verhuurstation moesten lopen. Aan de hand van die plattegrond verwachtten we een redelijk stadje op die eiland aan te treffen, maar het was echt niet meer dan 5 winkeltjes, een tankstation en een vakantie-resort. We hadden het verhuurstation dus snel gevonden en werden direct na binnenkomst in een kamertje gezet waarin een film werd afgespeeld met instructies over het rijden van een 4×4 op Fraser Island. Eigenlijk ging het meer over alle dingen die je niet mocht doen: niet door zout water rijden, niet aan de westkust komen, niet te ver naar het noorden rijden, niet op de auto zitten, niet rijden onder invloed, geen wilde dieren aanrijden, en ga zo nog maar even door. De film duurde dan ook ruim een half uur, maar dan mochten we toch ook echt bijna zelf gaan rijden! We moesten nog even een paar formulieren invullen met mijn rijbewijs gegevens en ook één waarop de tijden stonden wanneer het eb en vloed was, om te voorkomen dat we met vloed nog op het strand zouden rijden.
Onze Toyota Land Cruiser op Fraser IslandNa al deze formaliteiten liepen we met een medewerker naar onze jeep toe. We hadden bij het reserveren om een Suzuki Jimny gevraagd, maar bleken nu voor hetzelfde geld een Toyota Land Cruiser te krijgen! Dit is een veel grotere 4×4, wat Nathalie meteen al stoer vond. 🙂 (zie het verschil op de plaatjes van Aussie Trax) Waarom we een groter model meekregen hebben we niet gevraagd, maar ik ga ervan uit dat de kleinere modellen gewoon allemaal al onderweg waren. Bij alle formulieren die we gekregen hadden, hadden we ook een routebeschrijving gekregen voor een rit die je in 1 dag langs de hoogtepunten van het eiland voert. Deze besloten we daarom maar netjes te volgen, aangezien we zelf verder niets voorbereid hadden. Vanaf de parkeerplaats van het verhuurbedrijf moest we volgens de vriendelijke meneer direct links,links en weer links om aan de route te beginnen. Wat we na de laatste bocht zagen was echt onbeschrijfelijk! (maar ik ga het toch proberen) Een enorm steile heuvel bestaande uit allemaal mul zand, waar je zelf eigenlijk niet tegen op zou kunnen lopen. En daar moesten we dus zonder enige 4×4 ervaring direct tegenop! Ik moet zeggen dat het zweet mij toen wel even in de handen kwam te staan, maar er bleek ook echt geen andere route te zijn, dus we moesten wel. Dus netjes de jeep in zijn 4×4 stand gezet en rustig in zijn 2 begonnen met rijden. Wonderbaarlijk trok de auto zich met veel gehobbel en gestuiter toch helemaal omhoog en ongeveer tegelijkertijd vielen onze monden open toen we zagen wat er aan de andere kant van die heuvel lag: nog veel steilere zandpaden naar beneden! Gelukkig was alleen het begin zo erg (omdat daar iedereen die vanaf de boot komt nog dezelfde route moet rijden) en werden de paden daarna iets beter.
Maheno Wreck op Fraser IslandOnze route ging eerst naar Lake Wabby, of eigenlijk een lookout. Wat echter niet in de beschrijving stond, was dat de lookout vanaf de plek waar je je 4×4 moest parkeren nog een uur lopen zou zijn! Aangezien we al wat vertraging met de boot hadden en dus later begonnen waren dan gepland, zouden we misschien wel met het getij in de knoop komen als we deze wandeling zouden doen. We besloten deze dus over te slaan en direct door te rijden naar The Eastern Beach. Dit is het langste strand van het eiland en loopt bijna helemaal van zuid naar noord (150 km!). We kwamen er ongeveer halverwege op en moest 40 kilometer naar het noorden rijden om bij het bekende Maheno Wreck uit te komen (een oud schip dat door een storm vastgelopen is op het strand). 40 Kilometer rijden klinkt in een normale auto niet zo ver, maar over een strand rijden is toch wel even heel andere koek. Je moet namelijk heel erg opletten waar je rijdt. Je mag namelijk niet in het zoute water rijden (zorgt voor roest op alle verkeerde plaatsen), je moet niet in te mul zand gaan rijden, want dan kun je jezelf ingraven (hebben we bij iemand anders ook daadwerkelijk gezien!) en je moet ook nog opletten voor grote rotsen en verraderlijk diepe geulen van riviertjes die op de zee uitkomen. Bij één van die diepe geulen (Eli Creek voor de kenners) ging het dus ook even mis, ik zag deze veel te laat aankomen en had nog veel te veel snelheid om netjes te stoppen dus doken we met ruim 40 kilometer per uur een geul in van zo’n 50 centimeter diep, gevuld met water! Ik kan je vertellen dat dat een enorme fontein aan water om ons heen opleverde en Nathalie en mij echt even flink deed schrikken. De jeep leek zich er echter niets van aan te trekken, dus we zijn daarna maar weer rustig verder gereden. Als ik er zo op terug kijk vond ik het eigenlijk best een stoere actie!
Maheno Wreck op Fraser IslandNa het wrak bereikt te hebben, en nog samen met nog 20-30 andere toeristen tegelijk bewonderd te hebben (het was daar een komen en gaan van jeeps), zijn we nog iets noordelijker gereden om The Pinnacl
es te bekijken (een rotsformatie met verschillende kleuren). Hierna werd het de hoogste tijd om het hele stuk over het strand weer terug te rijden voordat de vloed het hele strand opgeslokt zou hebben. Dit haalden we nog maar net, want door de ‘aanvaring’ met de diepe geul op de heenweg waren we toch iets voorzichtiger gaan rijden. Eenmaal terug aan de zuidkant van het eiland gingen we via Eurong het binnenland weer in. Eurong is een heel klein dorpje waar voor de toeristen een restaurantje en een snackbar zit en zelfs een klein motelletje aanwezig is. Hier hebben wij dan ook maar even een ijsje gegeten voordat we verder reden naar Central Station. Dit ligt midden op het eiland en bestaat eigenlijk uit een soort van tropisch regenwoudje. Hier doorheen loopt een riviertje (Woongoolba Creek) en met behulp van een houten loopbrug kun je er doorheen wandelen. Op zich wel een lekkere verkoeling doordat je onder de bomen blijft, maar wij vonden er verder niet zo veel aan doordat alle bomen op elkaar leken en er verder nergens informatie bij stond over wat je hier nu kon zien. Daarom waren we binnen half uurtje ook wel uitgekeken bij Central Station en zijn doorgereden naar de laatste stop op onze route: Lake McKenzie. Dit is een meer dat ontstaan is door regenval, wat ingedamd is door al het zand. Het gaat hier dus om een zoetwater meer, wat helemaal nergens door vervuild is, waardoor het werkelijk kristal helder is. Leg daar dan nog het prachtige witte zand omheen wat op heel Fraser Island ligt en je hebt werkelijk een plaatje uit een dure reisgids! Op het strand hebben we dan ook even heerlijk liggen bijkomen van de lange en inspannende rit, en we hebben natuurlijk ook even in het (toch wat koude) heldere water gezwommen. Aangezien we de auto om 18:00 weer in moesten leveren en het volgens de omschrijving zo’n 20 minuten rijden was, vertrokken we rond 17:15 richting het eindpunt. Het laatste stuk bleek weer over dezelfde steile paden te gaan waar we die ochtend op begonnen waren, en ondanks dat ze nog steeds wel héél erg steil waren, gingen ze deze keer toch een stuk makkelijker. Met een beetje oefening is dat 4×4 offroad rijden best goed te doen!
Fraser Island - Lake McKenzieUiteindelijk stonden we om 17:57 bij het inleverpunt met een afgetankte auto en hadden we dus nog 2 uur de tijd om even wat te eten en op de boot te wachten. Tijdens de terugreis hebben we nog even met een Nederlands echtpaar zitten praten die met een camper ongeveer dezelfde route rijden als wij. Hierdoor ging de boottocht van 50 minuten nog sneller voorbij en voor we het wisten moesten we al weer met onze huurauto terug naar het motel rijden. Dit was toch wel even wennen na zo’n dag in een grote hoge jeep rondgereden te hebben! Ten eerste mocht ik niet meer schakelen want de huurauto is een automaat, terwijl de jeep handgeschakeld was en ten tweede hoefde ik niet meer zo geconcentreerd op kuilen in de weg te letten! 🙂

Al met al hebben we dus een heerlijke dag gehad, en zijn we een hele gave ervaring (het 4×4 rijden) rijker! Alleen jammer dat er van die super irritante steekvliegen op dat eiland zaten, want zowel Nathalie als ik zijn op verschillende irritante plaatsen gestoken en hebben daar nu (3 dagen later) nog last van.

Afgelegde afstand: 85 km (om van en naar de haven te rijden), en op het eiland zelf ongeveer 150km
Overnacht in Wide Bay Motel – Maryborough

Ps. Sorry voor dit langdradige verhaal, maar beschouw deze lengte maar als een indicatie voor hoe leuk ik het vond!