Shigatse en Gyantse

Vandaag gingen we dan eindelijk op pad naar het klooster waarvoor we gisteren dat hele eind gereden hadden, het Tashi Lhun Po Monastery. Dit is het klooster waar de Pasha Lama woont. Een Pasha Lama is de eerst volgende machtige persoon na de Dalai Lama. En aangezien de Dalai Lama niet meer in Tibet woont, en ook nog eens 74 jaar oud is, kijken veel mensen op naar de Pasha Lama. Aangezien het boeddhisme in reïncarnatie gelooft, zoeken ze dus steeds weer naar de geest van de overleden vorige Pasha Lama. Meestal betekent dit dat ze een jongetje van een jaar of 4 aanwijzen als de volgende Pasha Lama. Dit is ook gebeurd met de huidige Pasha Lama, die nu 21 jaar oud is. Momenteel wordt hij nog steeds opgeleid voor zijn rol, en dat gaat gepaard met de nodige politieke conflicten. Het is nu namelijk zo dat de Pasha Lama opgeleid wordt door Chinesen, terwijl de Dalai Lama uit het Tibetaanse volk komt. Dit is politiek gezien best een lastige situatie, want het is nog onzeker of het volk de nieuwe Pasha Lama wel zal accepteren zodra deze klaar is met zijn opleiding. Aan de andere kant is het een strategische zet van de Dalai Lama om zich te verenigen met de Chinese overheid.
Terug naar ons bezoek aan het klooster van de Pasha Lama. Het mooiste deel van dit grote klooster vond ik het enorme gouden beeld van de Maitreya Bouddha, welke 27 meter hoog is en daarmee het hoogste gegoten beeld ter wereld is! Verder zijn er ook nog een aantal graftombes van oude Pasha Lama’s, welke ook weer uit veel goud en edelstenen bestaan. Erg mooi om te zien allemaal, alleen jammer dat je dik moet betalen als je een foto wilt maken van een van deze beelden (omgerekend zo’n 10 euro per tempel, dus effectief per Boeddha-beeld!).

Na dit mooie bezoek zijn we verder (terug) gereden naar de plaats Gyantse. Hier overnachten we vannacht in het Gyangtse Hotel. Dit hotel ligt aan de drukste winkelstraat van het dorpje, dus heeft nog een aardige lokatie. De kamers vallen mij echter wat tegen, zo staan er geen normale bedden in de kamer, maar een soort bedbanken. Ook ligt in de hele kamer vloerbedekking, maar het lijkt er een beetje op dat ze het fenomeen stofzuiger niet kennen?! Maar goed, het is maar voor één nachtje, dus zo erg is het niet.

Gyangtsie Castle

Omdat we al vroeg in de middag aankwamen in Gyantse, was er nog een optioneel bezoek aan het Pelkhor Chöde klooster mogelijk, of een bezoek aan het Gyangtsie Castle. Aangezien ik voor mijn gevoel wel even genoeg kloosters en tempels had gezien, ben ik naar het kasteel (of liever fort) gegaan. Dit fort staat bovenop een heuvel en was op loopafstand van het hotel. Onderaan de heuvel begonnen natuurlijk weer de trappen (net als bij het Potala Palace), maar het mooie uitzicht op de bergen rondom zorgde ervoor dat dat snel werd vergeten. Helemaal bovenaan het fort stond een gebedstoren, waar we naast konden staan en zodoende echt een prachtig uitzicht hadden op zowel Gyantse, als de rest van de valei waar deze plaats in ligt en ook het klooster waar het andere deel van de groep naartoe ging. Vanaf de top van het fort zijn we via de achterkant naar beneden gelopen, waarbij we ook nog een stukje over rotsen geklauterd hebben. Hierdoor kwamen we aan de achterkant van het oude centrum van Gyantse uit, waar ze de hele weg open gebroken hadden omdat er riolering werd aangelegd. Van daaruit zijn we teruggelopen naar het hotel om ons op te frissen.

Daarna hebben we gegeten bij het Yak Western restaurant in dezelfde straat als ons hotel. De setting in dit restaurant was erg leuk, met 2 grote vierkante tafels waar de hele groep aan kon zitten. Het menu zag er ook erg lekker uit (ik heb een Yak-cheese-burger besteld), alleen duurde het echt enorm lang voordat iedereen zijn/haar eten had! De gerechten kwamen echt letterlijk stuk voor stuk naar de tafel. Ze waren duidelijk niet berekend op een grote groep toeristen. De burger smaakte overigens best aardig, alleen had hij de grootte van een tartaartje in Nederland, dus die was zo op. Om mijn honger te stillen heb ik daarom als toetje maar een chocolade cake bestelt. 🙂

Alles bij elkaar een lekker dagje. Morgen weer de lange rit terug naar Lhasa, waar we dan nog een volle dag blijven om daarna met de trein naar Xi’an te reizen.

Lange busrit naar Shigatse

Vandaag stond een lange busrit op het programma van Lhasa naar Shigatse. Een rit die volgens onze reisleider zo’n 7 uur zou gaan duren. Daarom stonden we op tijd op, zodat we allemaal om 8:30 in de bus konden zitten. Tijdens het ontbijt hebben we nog even de verjaardag van Gorge (een reisgenoot) gevierd met een stuk taart (of eigenlijk meer cake) van de lokale bakker. Met volle buiken en vol goede moed stapte we dus de bus in.
Het eerste stuk Lhasa uit, ging erg voorspoedig en al snel zaten we op smalle bergweggetjes. Deze moesten we ‘jammer genoeg’ nemen, omdat de normale snelweg tussen Lhasa en Shigatse compleet is afgesloten vanwege onderhoudswerkzaamheden. Op zich niet vervelend, want het leverde prachtige uitzichten op!
De mooiste delen van deze lange busrit waren toch wel de toppen van de 2 hoge bergpassen waar we overheen gereden zijn. Ik weet jammer genoeg de namen van de passen niet meer precies (die ga ik later wel opzoeken aan de hand van de GPS-coordinaten bij de foto’s), maar beide lagen ze in de buurt van de 5000 meter. Bij de eerste keken we uit op een prachtig blauw meer, en bij de tweede op een heuse gletsjer! Echt super gaaf om een gletsjer van zo dichtbij te bekijken.
Traditiegetrouw hebben we met de groep nog een gebedsslinger opgehangen bij het tweede punt, en hebben we met de hele groep een hele berg kleine gebedsbriefjes uitgestrooid (de lucht in gegooid). De reisleider heeft hier met mijn camera een paar foto’s van gemaakt. Deze lijken op het eerste gezicht wat aan de lichte kant, maar dat moet thuis met Photoshop wel te corrigeren zijn. Het is in ieder geval een erg leuke actiefoto geworden van de hele groep!

Niet alles aan deze busrit was echter leuk, zo duurde de totale reis bijna 10 uur (inclusief lunch), was de bergweg slecht onderhouden waardoor je regelmatig zat te stuiteren in de bus, en kreeg iedereen (inclusief ikzelf) last van een kleine blaas door het enorme hoogteverschil. We moesten dus regelmatig een plaspauze inlassen in de middle-of-nowhere, omdat er maar weinig dorpjes zijn langs die bergpas.
Onderweg zijn we nog wel even gestopt om langs het blauwe meer, dat ik hierboven noemde, te lunchen. De lunch bestond uit broodjes die klaar waren gemaakt door het restaurant waar we gisteravond hadden gegeten. De broodjes waren belegd met Yak-vlees (een Yak is een soort grote bergkoe die we tijdens deze rit geregeld tegenkwamen) of kaas en smaakten eigenlijk best goed. Tijdens de lunch hebben we ons ook nog even gewaagd aan een lokaal gebruik: langs het water een gebeds-toren bouwen van losliggende stenen.
Na dus ruim 10 uur onderweg geweest te zijn, kwamen we dan aan in de plaats Shigatse, de op een na grootste plaats van Tibet. Hier slapen we 1 nacht in het hotel hotel Manasarovar om morgen een klooster en een fort te kunnen bezoeken. Om 19:00 zijn we met de hele groep nog even gezellig uit eten gegaan bij een lokaal Chinees restaurant, waar we weer de beroemde ronde tafel met veel verschillende gerechten hebben gegeten. Daarna hebben we in de bar van het hotel nog even een Lhasa Beer gedronken om de verjaardag van Jorge in stijl af te sluiten en daarna is iedereen snel naar bed gegaan, want zo’n busreis is toch best wel erg vermoeiend!

Potala Palace en Sera Monastery

Vandaag was echt een culturele dag, we hebben namelijk 2 belangrijke locaties bezocht in Lhasa. De eerste waar we naartoe zijn gereden met de bus, was het Potala Palace. Dit is het paleis waar veel Dalai Lama’s hebben gewoond en ook liggen begraven. Om binnen te komen moet je echter van te voren al een ticket kopen, wat onze reisleider Sebastian netjes had geregeld. Op dat ticket staat dan een tijdstip waarop je het belangrijkste deel van het gebouw mag bezoeken. Dit bezoek mag dan ook maar maximaal een uur duren, wat eigenlijk veel te kort is voor dit enorme complex met meer dan 1000 kamers! Maar onze groep was dus ‘uitgeloot’ om het paleis om 9:15 te bezoeken. Om half 8 zaten we dus al in de bus om naar het paleis te rijden, want vanaf de ‘ingang’ moet je nog even een paar trappen op (zo’n 100 meter omhoog!) voordat je bij de echte ingang bent. De uitzichten vanaf deze trappen waren echter al geweldig, aangezien je over heel Lhasa uitkijkt.

Eenmaal bij de echte ingang werd het steeds drukker. Daardoor werden we binnen ook haast wel gedwongen om steeds door te blijven lopen, anders liep je andere groepen gewoon in de weg. Hierdoor kreeg de rondleiding een beetje een gehaast karakter, wat erg zonde was, want het zag er binnen erg mooi uit. Wat op mij het meeste indruk heeft gemaakt, waren de graftombes van een aantal Dalai Lama’s: allemaal waren ze van een paar duizend (!!!) kilo goud gemaakt en de een was nog hoger dan de andere. De hoogste graftombe was volgens mij een piramide van bijna 20 meter hoog waarin meer dan 4000 kilo goud was verwerkt! Erg imposant. Ook de grote bibliotheek was erg mooi en leuk om te zien. Alle boek(rollen) liggen opgeslagen in een soort schoenendozen die weer in torenhoge stellingen zijn opgeslagen. Het leuke eraan is, dat de onderste etage van de stelling express helemaal open/leeg is gelaten, zodat mensen er onderdoor kunnen kruipen. Volgens de Boeddhisten leer je op die manier alles wat er in de boeken boven je staat geschreven! 🙂

Potala Palace

Na ruim 3 uur over het totale terrein van het paleis gelopen te hebben, zijn we naar beneden gegaan, richting de bus. Onze lokale gids wilde/moest echter nog even met de groep langs een lokale ambachtswinkel dicht bij het paleis. Ik vond dit echt een verplicht nummertje, dus ik heb uit principe al niets gekocht. Wat echter wel leuk was om te zien, was hoe ze met de hand kleden stonden te weven en glazen flesjes aan het beschilderen waren. Toen we daar eenmaal doorheen waren, zijn we teruggegaan naar ons hotel. Daar hebben we bij een lokale bakker een paar lekkere zoete broodjes gekocht, die we vervolgens in de tuin van ons hotel opgegeten hebben.

Om 14:00 stond de volgende grote excursie op het programma, een bezoek aan het Sera Monastery. Dit is het grootste klooster van Tibet, met een oppervlakte van bijna 115.000 vierkante meter. Op dit enorme terrein bevinden zich meerdere collegezalen voor monniken, maar natuurlijk ook tempels en huizen. Een enkele daarvan hebben we bezocht, waaronder natuurlijk een tempel, maar ook een bibliotheek en een soort kleine kunsthal waarin 3 grote tekeningen waren gemaakt met behulp van heel fijn gekleurd zand. Wat echter het leukste deel van dit klooster was, was de tuin waarin verschillende groepen monniken fel aan het discussieren waren met elkaar. Dit is een dagelijks ritueel waarin de monniken elkaar uitdagen op intellectueel vlak en elkaar op die manier ook nieuwe dingen proberen te leren. Ondanks dat ik er geen woord van kon verstaan, was de enorme mimiek van elke monnik en het harde klappen in zijn handen zodra hij een punt had gemaakt, erg leuk om naar te kijken.

Vanuit het klooster zijn we teruggereden naar ons hotel, waar we de rest van de middag vrij hadden. Ik heb even van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn blog bij te werken vanuit de internet-corner van het hotel, zoals jullie eindelijk hebben kunnen lezen. Hierna ben ik met alle mannen uit de groep naar het restaurant van gisteravond, het Dunya restaurant, gelopen om daar nog even een lekkere Yak Steak te eten. Dit smaakte wederom voortreffelijk en dat zal dus ook wel de reden zijn waarom dit restaurant genoemd wordt als een van de drie restauranten om te eten in de Lonely Planet!
Morgen staat een lange busrit (7 uur!) op het programma naar Shigatse, dus nu ga ik even lekker op tijd naar bed.

Eerste blog vanuit China

Het is eindelijk zo ver, ik heb een internetverbinding gevonden in China! Jammer genoeg geen draadloze, waarmee ik de blogs vanaf mijn iPad kan uploaden, maar gewoon een pc in het hotel in Lhasa (Tibet) waar we momenteel verblijven. Ik ga nu dus even de tekst van mijn eerste 2 blogs overtypen op deze pc, zodat jullie alvast wat te lezen hebben, en zodra ik een WiFi-verbinding (draadloze internet) kan vinden, upload ik de rest en zet ik ook de foto’s bij de eerste twee blogs.

Maar alles gaat verder erg goed! We hebben tot nu toe prachtig weer, ik heb nagenoeg geen last van de hoogteziekte in Tibet en de groep waarmee ik reis is erg gezellig!

Hopelijk heb ik snel weer de mogelijkheid om een blog te plaatsen!

Lhasa Tibet

Vanmorgen moesten we weer vroeg ons bed uit, want we vlogen om 8:15 naar Lhasa in Tibet! In eerste instantie was het verhaal dat de koffers al om 6:15 in de lobby van het hotel klaar moesten staan, zodat deze alvast ingecheckt konden worden op het vliegveld van Chengdu. Aangezien je geen vloeistoffen in je handbagage mee mag nemen en dus ook geen toilettas, moesten we al om 6:15 gedoucht hebben. Zo gezegd zo gedaan, om 6:15 stond mijn koffer beneden en om 6:30 zat ik aan het ontbijt.
Om 7:00 vertrokken we met de bus naar het vliegveld, waar uiteindelijk bleek dat ze onze koffers niet konden inchecken zonder onze paspoorten. Dat was natuurlijk te verwachten! Maar goed, zo gaat het regelmatig in China (volgens onze reisleider), je moet niet verwachten dat ze iets onthouden van de dingen die ze eerder gedaan (zouden moeten) hebben.
Anyway, we zaten al snel in het vliegtuig, wat nog een erg modern vliegtuig bleek te zijn. Het personeel was ook super vriendelijk en de vlucht duurde maar anderhalf uur, dus was zo voorbij. Ik ben dus voor niets ‘bang’ geweest voor een binnenlandse vlucht.
Eenmaal aangekomen in Lhasa (Tibet!), voelde ik direct dat het een stuk kouder was en dat ik een lichte zeurende hoofdpijn had. Dat laatste komt door het hoogteverschil en iedereen, inclusief de reisleider, bleken daar in meer of mindere mate last van te hebben. Dit is ook niet zo vreemd, want we zijn van ongeveer zeeniveau in een keer naar 3600 meter hoogte gestegen!
Vanaf het vliegveld werden we vervoert naar het centrum van Lhasa, wat ongeveer een uur rijden was. Daar werden we afgezet bij het Tibet Gorka Hotel, een prachtig hotel dat helemaal bij de stijl van het centrum van Tibet past (kleurrijk, met veel houtsnijwerk en een prachtige tuin in de binnenplaats).
Vanuit het hotel zijn we naar een lokaal restaurant gelopen, om noodlesoep en warme Yak-melk als lunch te eten. De soep was erg lekker met een beetje sambal er doorheen, maar de warme melk vond ik geen succes. Nu heb ik dat altijd al met warme melk, maar je moet alles een keer geprobeerd hebben, toch?!

Vanuit het restaurant hebben we een rondleiding gekregen door het centrum en hebben we zelfs al een belangrijke tempel bezocht: The Jokhang Temple. Deze ruim 25000 vierkante meter grote tempel bevat een aantal prachtige grote boeddhabeelden en heel mooi houtsnijwerk voor al het interieur. Jammer genoeg mochten er binnen geen foto’s gemaakt worden, dus je zal zelf maar moeten gaan kijken hoe mooi het daar is! 😉
Vanuit de tempel zijn we teruggelopen naar het hotel, waar de meeste mensen even een korte power-nap op hun kamer hielden, om het effect van de hoogte een beetje te laten zakken. Dit werkte bij mij ook redelijk goed, waardoor ik mezelf weer een stuk fitter voelde. Om 19:00 zijn we daarna met z’n allen gaat eten bij een restaurant dat gerund wordt door Nederlanders (bekenden van onze reisleider). Daar heb ik een heerlijk Sizzling Yak-steak gegeten en nog even gezellig nagetafeld. Daarna snel terug naar het hotel, want morgen mogen we weer vroeg op, zodat we om 7:30 kunnen vertrekken naar het bekende Potala Palace.

Berg-boeddha

Vanochtend was het dus erg vroeg uit bed, om het eerste gebed van de monniken bij te wonen. Volgens onze gids zou dit gebed om 4:30 starten, dus de wekker ging op 4:00! Het opstaan op dat tijdstip viel eigenlijk nog best mee, ondanks dat het nog helemaal donker was. Na een korte douche en mezelf aangekleed te hebben, ben ik naar de tempel gelopen waar het ochtendgebed plaats zou gaan vinden. Maar behalve een paar medereizigers en een bewaker, was er nog niemand te bekennen!?! De deur van de tempel zat zelfs nog stevig op slot. Na ruim 45 minuten gewacht te hebben (deze had ik dus ook nog lekker kunnen slapen!) kwam er eindelijk wat leven in de tempel en begon een monnik zachtjes op een soort grote kerkklok te slaan, om de andere monniken te wekken. Voordat het hele klooster wakker was en zich opgefrist had, was het bijna 6:00. Vanaf dat moment begonnen alle monniken door elkaar te zingen, terwijl sommigen op slaginstrumenten een ritme sloegen. Ik vond de zang erg lijken op het zingen in kanon (dezelfde tekst gezongen door meerdere monniken, maar gestart op verschillende momenten, dus door elkaar). Tijdens het zingen en spelen liepen ze ook nog 3 rondes om het grote Bouddha-beeld in het midden van de tempel; een ritueel dat geluk moet brengen. Alles bij elkaar een mooie ceremonie, alleen jammer dat het niet op ‘onze’ tijd begon.
Na de ceremonie kregen we ontbijt in het ‘restaurant’ van de tempel. Dit was het soberste ontbijt dat ik ooit gegeten heb: droog brood, met 1 ei, een kopje thee en een kommetje rijstenpap. Het voelde haast aan alsof wij ons ook tot het monnikenbestaan hadden bekeerd! 🙂

Na het ontbijt was het tijd om de berg Emei te verlaten en op weg te gaan naar de Lingyan heuvel, waar een enorm Boeddhabeeld uitgehakt is in steen. Maar om de berg te verlaten moesten we eerst weer naar beneden, naar de bus. Volgens onze reisleider was dit een afstand die makkelijk te lopen was, maar het kon ook met behulp van de kabelbaan waar we mee gekomen waren. We mochten zelf kiezen welke optie we wilden gebruiken. Sportief als ik ben, heb ik voor de wandeling naar beneden gekozen. Dit viel uiteindelijk best wel mee, alleen waren het weer een flinke serie trappen na elkaar, wat toch minder prettig loopt dan bijvoorbeeld een keizelpad. Maar de wandeling leverde een aantal mooie uitzichten op, op de in nevel gehulde berg; dus het was wederom de moeite waard.

Beneden aangekomen was het even wachten op de groep die de kabelbaan had genomen, waarna we dus naar de Lingyun heuvel zijn gereden. Deze heuvel ligt aan de Qingyi rivier en was meer dan 1200 jaar geleden een beruchte plek omdat veel boten hier omsloegen vanwege de sterke stroming die het samenkomen van 2 rivieren veroorzaakt. Een monnik dacht in die tijd echter dat dit omslaan werd veroozaakt door een boze draak, en begon daarom met het uithakken van een enorm boeddhabeeld in de rotswand naast de rivier om de schippers te beschermen. De monnik heeft zelf het eindresultaat van het beeld niet meer kunnen zien, want het kostte bijna 100 jaar om het beeld van 71 meter hoog, volledig uit te hakken! Dit beeld hebben wij vanaf het water, op een boot, mogen bewonderen. Erg imposant!

bergboeddha Qingyi rivier

De planning was eigenlijk dat we ook op en rond het beeld zouden gaan lopen, maar aangezien het vrij druk was, hebben we dit overgeslagen. In plaats daarvan zijn we doorgereden naar het Wenshu Monastery in Chengdu. Een oud klooster met een theehuis midden in de stad. Daar hebben we even rondgekeken en lekker thee gedronken.

Vanaf het theehuis mocht iedereen op eigen gelegenheid terug naar het hotel. De makkelijkste manier om dit te doen, was met een taxi. Je laat de taxi-chauffeur een kaartje van je hotel zien (met de Chinese naam erop), want de chauffeur spreekt (net als bijna alle andere Chinesen) geen woord Engels. Vervolgens rijdt de chauffeur echt als een bezetene door het verkeer naar het hotel! Verkeerregels lijken ze echt niet te kennen in China: rechts inhalen, op een 6 baans weg rustig over een doorgetrokken streep op de verkeerde weghelft inhalen, mensen afsnijden, voetgangers en fietsers domweg van de weg drukken/rijden. Allemaal doodnormaal in het Chinese verkeer! Maar je bent wel snel op de plaats van bestemming! 🙂

Aangekomen bij het hotel, bleek het al weer bijna etenstijd te zijn. Aangezien ik samen met een aantal reisgenoten even wat anders wilde dan rijst, besloten we voor een makkelijke maaltijd te gaan en zijn we even de Chinese McDonalds uit gaan proberen. Gewoon even een normale Big Mac met een Oreo-McFlurry als toetje. Heerlijk! 🙂

Morgen moeten we de koffers al om 6:15 klaar hebben staan in de lobby van het hotel, omdat we naar Lhasa in Tibet gaan vliegen. De koffers worden alvast voor ons ingecheckt, zodat wij pas rond 8:00 op het vliegveld hoeven te zijn. Jammer alleen dat je wel al je toiletspullen en zo in je koffer moet stoppen, want vloeistoffen mogen onder geen beding in de handbagage mee! Morgen dus weer vroeg opstaan, dus nu maar weer snel naar bed!

Kabelbaan en monnikentempel

Vandaag mochten we redelijk uitslapen, want we hoefden pas om 9:00 bij de bus voor het hotel te staan. Dat gaf dus genoeg tijd om even lekker te douchen (behalve dan dat de douchekop niet hoog genoeg hing; kleine Chinesen?!). Daarna voor het eerst ontbeten in China. Aangezien we in een vrij luxe hotel sliepen, hadden ze daarvoor een apart restaurant. En toen ik daar binnen kwam lopen, rook ik al de baklucht van het vlees en de rijst. Ze ontbijten daar dus ook serieus met rijst en vlees (weer een volledige maaltijd!). Waarom blijven al die Chinesen zo dun?!
Maar gelukkig hadden ze ook aan de Europese toeristen gedacht en was er een tafel met croissants, witte bolletjes en zelfs iets dat leek op bruinbrood. Daar heb ik dus dankbaar gebruik van gemaakt, want ik trek een zware warme maaltijd niet zo best in de ochtend.
Na het ontbijt vertrokken we met de bus naar Wannian, waar we een monnikenklooster hebben bezocht en waar we vannacht ook in het gastverblijf blijven slapen! 🙂

Ingang Emeishan Wanniansi Temple

Maar om bij de Emeishan Wanniansi Temple (het klooster) te komen, moesten we eerst een flink eind de berg Mount Emei op (ruim 1000 meter boven zeeniveau). Gelukkig kon een redelijk groot stuk daarvan met behulp van een kabelbaan (Wannian Cable-car). Daarna volgde echter een paar flink steile trappen. We kwamen allemaal dus al bezweet aan.
Na onze tassen in de kamers neergezet te hebben (we hebben onze koffers achtergelaten in het hotel in Chengdu, omdat we daar morgen weer terugkomen), gingen we een ‘stukje’ wandelen naar een punt waar twee rivieren samen komen (Qingyin Pavilion, oftewel het paviljoen van de zuivere klank). Volgens de verhalen zouden we zo’n 4 uur over de wandeling doen, maar ze hadden er alleen niet bij vertelt dat dit stukje voor 99% uit traptreden bestond! Zelfs de heenweg omlaag, wat toch het makkelijkste zou moeten zijn, kostte al best veel energie, vooral omdat het allemaal van die irritante kleine traptreden waren. Het sprookjesachtige uitzicht beneden maakte echter een hoop goed.
De terugweg omhoog was een ander verhaal, die viel ‘een klein beetje’ tegen. We zijn bijna anderhalf uur lang, alleen maar trappen op aan het lopen geweest (in een zeer vochtige 25+ graden). Ik heb nog nooit zoveel gezweet in mijn leven!
Hierna hebben we dus even lekker gedoucht in de luxe kamer in het gastverblijf van de tempel. En daarna hebben we een vegetarische maaltijd gegeten in het ‘restaurant’ bij de tempel. Ondanks dat al het vlees was vervangen door tofoe, smaakte dit nog best aardig. Alleen jammer dat ze er echt letterlijk niets bij te drinken hadden! Waarschijnlijk om de monniken niet in de verleiding te brengen of zo, maar er kon zelfs geen glas water vanaf?!
Na het eten heb ik nog even met een paar reisgenoten (Lisette, Sylvia en Marianne) een filmpje zitten kijken op een kamer, aangezien er om het klooster heen toch niets te beleven viel (het klooster staat eenzaam bovenop de berg). De naam van de film was ook wel erg toepasselijk om in een monnikenklooster te kijken: Bulletproof Monk! Dit was erg gezellig, maar daarna moesten we ook echt wel direct naar bed, want morgenochtend mogen we om 4:30 een gebed van de monniken bijwonen!

Heenreis en reuzenpanda’s

Gistermiddag ben ik rond 13:45 vertrokken met de auto naar Den Haag Mariahoeve. Daar kun je namelijk nog gratis parkeren en er hangen nog bewakingscamera’s ook. Vanaf daar ben je dan voor €6,50 op Schiphol; een stuk goedkoper dan de auto op Schiphol parkeren!
Ik was ruim op tijd op Schiphol en bleek zelfs pas de 2e te zijn die zijn paspoort en ticket op kwam halen. Terwijl ik nog met de mevrouw van Fox stond te praten, kwamen ook een aantal andere medereizigers hun ticket ophalen. Iedereen werd gevraagd om zijn bagage in te leveren bij de KLM-balie en daarna weer om 15:00 voor de incheckbalie te verzamelen. Al snel werd het gezellig druk en stonden we met een groot deel van de groep bij elkaar. Natuurlijk hoor je dan in korte tijd veel te veel namen (de groep bestaat uit 17 mensen!) Maar nu (officieel de volgende avond, door het tijdsverschil), weet ik toch al van 14 mensen (of 15 als ik mezelf meetel) de naam; voor mijn doen al erg knap! 🙂
De heenvlucht ging van Schiphol naar Chengdu en duurde 9,5 uur. Jammer genoeg zat de groep niet helemaal bij elkaar, maar gelukkig zaten in de rij voor mij 3 andere medereizigers en achter mij zaten er ook nog 2. Met een beetje kennismaken (over de rugleuningen heen) en het kijken van 2 films (The A-Team en The Last Airbender) was de vlucht snel voorbij.
En toen stonden we dus om 9:00 plaatselijke tijd op de benauwde en mistige luchthaven van Chengdu. De lucht zat vol smok en mist, waardoor je maximaal een halve kilometer ver kon kijken. Vergelijkbaar met een flink heiige ochtend in Nederland, maar dan met 22 graden en benauwd plakkerig! Ik had dus direct spijt dat ik een spijkerbroek had aangetrokken ipv een afritsbroek.
Vanaf de luchthaven werden we door Sebastian (onze reisleider van Fox) en David (onze Engels sprekende Chinese gids voor Chengdu) naar ons hotel gebracht. Daar kregen we even 2 uur de tijd om ons op te frissen en even de winkelstraten om het hotel te verkennen. Samen met een klein deel van de groep belande ik bij de dichtst bij zijnde Starbucks om even een shot cafeine te nemen, zodat we de volle dag nog wakker konden blijven. Toen we daar rustig onze koffie zaten op te drinken, kwam langzaam aan de rest van de groep ook binnen lopen. Dus daar hebben we nog even gezellig mee zitten praten en toen zijn we via de supermarkt om de hoek (voor flesjes water) teruggelopen naar het hotel.

Lunchen op z'n Chinees

Daar stond de bus al te wachten om ons naar het reuzenpanda onderzoekscentrum te brengen, met eerst nog een tussenstop bij een Chinees restaurant voor een Chinese lunch. Bij een lunch denk ik altijd aan een paar boterhammen, maar in China denken ze daar heel anders over. Dit noemen wij bijna een heel diner: een grote ronde tafel, die vol gezet werd met allerlei lekkers (rijst, vlees, noodles, enz) en natuurlijk veel te veel!

Reuzenpanda

Met ronde buikjes vertrokken we daarna naar de reuzenpanda’s. Die lagen op ongeveer een half uurtje rijden van het restaurant, nog steeds in de stad Chengdu (de 4e grote stad van China met ruim 10,3 miljoen inwoners!). Het reservaat was erg mooi aangelegd, met veel groen en natuurlijk heel veel bamboe. Alleen was het ondertussen al volop middag en dus was de temperatuur ook al aardig opgelopen, waardoor de meeste panda’s de verkoeling van de binnenverblijven opgezocht hadden. De panda’s die nog wel buiten te zien waren, lagen grotendeels voor pampus, waardoor het iets minder leuk was dan ik had gehoopt. Maar desondanks was het zeker wel de moeite waard om deze mooie grote beesten een keer in levende lijven te mogen aanschouwen!
Na het bezoek aan het reservaat zijn we weer even teruggebracht naar het hotel om op te frissen en zometeen krijgen we dan nog een welkomstdiner ‘ Hot-pot’, een bekend pittig lokaal gerecht. Ik ben benieuwd hoeveel drank we daarbij nodig gaan hebben! 🙂

Klaar voor vertrek naar China

Koffer staat klaarDe koffer staat klaar! Alles zit erin (denk ik!) en volgens de weegschaal blijf ik precies onder de 20 kilo die ik mee mag nemen.
Mijn kat Spooky is gisteren al op haar ‘vakantiebestemming’ gearriveerd en lijkt het daar erg naar haar zin te hebben. Bedankt Nathalie!
Alles is dus geregeld. Om 13:45 neem ik de trein vanaf Den Haag Mariahoeve naar Schiphol, zodat ik daar ruim voor 14:45 ben om de rest van de groep te ontmoeten en mijn paspoort en visum terug te krijgen. Dan nog even inchecken; daar heb ik express mee gewacht, zodat ik misschien nog naast of in de buurt van andere mensen uit de groep kan gaan zitten. En daarna is het wachten tot het vliegtuig om 17:10 richting China vertrekt!
Volgens Schiphol.nl en de NS.nl zijn er geen vertragingen waar ik last van ga krijgen, dus tot nu toe verloopt alles volgens planning! Ik heb er zin in!

Weer in China

Veel mensen vragen mij wat het weer in China wordt of momenteel is. Omdat ik rond ga trekken in China, en China enorm groot is, is die vraag niet makkelijk te beantwoorden. Daarom heb ik even wat informatie opgezocht voor jullie.

Momenteel is het weer in de 4 groten steden die ik ga bezoeken:

Of op de kaart:

De voorspelling voor de rest van de week (en de langere termijn) zien er goed uit.  Overal is het minimaal 20 graden overdag, met bijna 30 graden in Beijing als maximum. Qua regen voorspelling valt het allemaal ook nog erg mee, alleen in Chengdu (in het midden van China, waar ik als eerste naartoe ga) is het wisselvallig met 50-70% kans op neerslag. Maar in de overige steden zijn de voorspellingen grotendeels alleen maar zon. Bijna ideaal vakantieweer toch?!

Als je zelf het huidige weer wilt bekijken, kun je terecht op Weeronline.